De politiek

door

in

“Houd jij nou veel van de politiek?”
“Niet veel, politici doen extreem hun best het vertrouwen dat je in hen en in de democratie zou moeten stellen te ondermijnen, ondergraven en ten grave dragen. De extremen sturen op het laatste, dat is tenminste helder. Maar al die anderen, wat spoken die uit? Een beetje moties aannemen waarvan iedereen weet dat die ongrondwettelijk zijn. Wetsvoorstellen door de Kamer rammen waarvan het volstrekt helder is dat ze niet uitgevoerd kunnen worden, ze zijn in strijd met verdragen, met de Internationale Rechten van de Mens. En ze toch door het parlement drammen, want schijt aan het recht, schijt aan de scheiding der machten, Trump kan het, Orban kan het, waarom zouden wij het niet doen? En het boeiende is, het zijn de domme dozen die deze waanzin met verve uitbraken, met een verdwaalde halve lhbti+-er erbij, voor de sier en afleiding. Waarbij er één is die tenminste kan tellen, een paar is twee, als ezelsbruggetje gebruikt ze haar 80 paar schoenen heb ik me laten vertellen.”
“Zeg, dat zeg je toch niet, domme doos! Dat is zó jaren 90!”
“Je vergist je, de domme doos is geheel terug van weggeweest, zij is en vogue, weliswaar heten ze nu anders, tradwives, waarvan die van de Amish people een bijzondere subcategorie vormen. Het aantal influencers dat zich er op voor laat staan een echte tradwife te zijn is legio, ze filmen zichzelf met een tros jengelende kinderen aan het been, onderwijl in de camera lachend en een boterkoek bakkend, en als je goed kijkt zie je achter in beeld tegen de wand zweepjes en wurgtuigjes en duimklemmen hangen. Nee, die weten wat ze doen, en ze zijn er trots op, zoals Trump trots is op hen, want kiezersvolk! En ze zijn heel gelovig, rabiate bijbelhaarklovers zijn de trouwste aanhangers. En het interessante is, de term domme doos wordt door de politica die zo goed kan tellen gebruikt als geuzennaam! Niets meer en niets minder. Ze moeten net als Trump denken dat het kiezers trekt. Afijn, we gaan het zien.”
“Je moet wel lef hebben, om die term als geuzennaam te hanteren, maar ja, dat klopt dan weer wèl, die ouwe regering had lef in z’n strijdkreet staan, met hoop en trots. Op hoop hebben ze dan weer niet geleverd, maar lef en trots; daarop zeker. Een score van 67%, lang niet slecht vind je niet?”
“Goed, maar dat lef, waar bestaat dat dan uit?”
“Dat moet je zelf maar verzinnen. Belangrijker is: wat heeft dat kabinet nou opgeleverd? Retorische vraag, ik weet het.”
“Zo is het. Wat we vinden van dat krukkenkabinet, dat kunnen we in het stemmhokje zeggen. Dus op naar de verkiezingen! Het roer moet om, stemmen geeft richting.”
“Zo is het maar net. We hebben er zin an, …, nee dat is fout; we hebben er zin in en kijken er naar uit.”
“Hallelujah! zei de ezel. Of was het ia-ia?”