De lente nadert, trekt zich bruusk terug maar zal komen, het is de loop van de natuur. En als de lente niet nadert, de weerman voorspelt enigszins onwillig de komende weken lagere temperaturen en veel wind, dan wordt het in één klap hartje zomer met temperaturen boven de 25 graden. In ieder geval; de kachel gaat uit, de gasverstook beperkt zich tot een beetje warm water en de douche.
Wat we ook weten: het najaar komt, het najaar dat tegenwoordig doorloopt tot het voorjaar, de winter, das war einmal, en met het najaar begint weer het schaatsseizoen! Prachtige tijd, en de schaatsbaan is de enige plek waar ik onbevangen jaloers kan zijn. Op al die de mannen en vrouwen die quasi moeiteloos technisch beheerst hun rondjes draaien, zo elegant zo’n beheersing van techniek; op de jeugd die opgewekt en blij hun rondjes krabbelen en soms verrassend snel uit de startblokken schieten, één brok levenslust en plezier, ook zij onbevangen, zij hebben nog een heel leven voor zich.
De schaatsbaan is een plek waar je zonder verplichtingen kunt zíj́n, waar je, hoewel je een vreselijke inspanning moet leveren om enigszins fatsoenlijk je rondjes door te komen, een puur gevoel van lichtheid ervaart, voor een moment de lichtheid van het bestaan kunt proeven. Het is de perfecte bijbelse beproeving om de winterdepressie mee te lijf te gaan, wat wil een mens die neigt naar somberte nog meer?
Ik verheug mij op het najaar, nu al, de lente is nog niet eens losgebarsten. Ik verheug me op de opening van het schaatsseizoen, de start van het cv-seizoen, dat nu overigens na een dip nog even doorzet, de warme radiator bewijst het. Maar de zon schijnt, voor even. En de zee lonkt.