Terug naar de werkelijkheid

Hoe kan je, na een modern sprookje te hebben afgerond en het op de site te hebben gezet, overgaan tot de orde van de dag? Niet eenvoudig, maar het lezen van een goed boek wijst soms de weg. Ik heb Arundhati Roy’s ‘Mother Mary Comes To Me’ zonet uitgelezen. Misschien niet haar beste verhaal, en toch heel goed. Niet alleen heel goed, het is voor de mens die nog niet de handdoek in de ring heeft gegooid als het over de toekomst van de wereld en ons kleine landje gaat, een lichtbaken in deze beroerde tijden. Ik heb het in het Engels gelezen, Roy’s schrijftaal, omdat ik de melodie in haar zinnen wil horen en lezen, en het melodieuze in een taal laat zich nu eenmaal niet Übersetzen.

‘Mother Mary Comes To Me’ is een mengeling van autobiografie en verantwoording afleggen van een schrijverschap. Daarbovenop wordt, niet onbelangrijk, een beeld geschetst van politieke en geloofs-strijden, de laatste lijken zwaarder te wegen. Maar is dat zo? Geloof en politieke macht vloeien in elkaar over, de politiek maakt gebruik van geloofsvetes, gelovigen trachten de politiek te dwingen om voor hun zaak te staan, en allebei schromen ze niet om over lijken te gaan als het zo uitkomt of niet anders gaat. De battlefields liggen in dit geval in India en ommelanden, herkenbaar voor de liefhebbers van Roy’s romans. 

‘Mother Mary Comes To Me’ geeft een inzicht in hoe in een groot land geloofsstrijden maar ook ordinaire economische knokpartijen worden uitgevochten. Dat zijn er heel wat, zoveel kennen we er hier niet. Maar we kunnen gerust een lijn doortrekken naar ons land waar de opgeklopte haat jegens de islam welig tiert. Wat we ook herkennen; de elite, noem ze hoe je ze wil, de mensen die menen dat ze veel, of heel veel te verliezen hebben, die elite, of ze nou in de politiek zitten of hoog in de geloofsboom of ze zijn CEO of anderszins, die elite dus, dat zijn gewoon stokebrands, aanstichters van grote ellende. Niet alleen omdat ze willen houden wat ze hebben, ze willen ook gewoon meer. En op een gegeven moment gaat dat niet meer vanzelf, of te traag, en als ze dan haat als een van de instrumenten waarmee ze hun doelen denken te kunnen bereiken kunnen inzetten, dan zullen ze dat niet laten. De mens die zich bedreigd voelt in zijn te luxe leven is tot alles in staat.

Dit boek, waarvan de titel mij licht in verwarring bracht, de Mary blijkt niet Onze Lieve Vrouwe te zijn maar de moeder van Roy, verhaalt van de haat die een moeder met grote overgave op haar kinderen heeft gebotvierd. En als je het boek uit hebt, dan weet je; een betere titel is er niet. Je krijgt begrip van een immens gecompliceerde relatie tussen moeder en dochter, overigens niet uniek, waarin de haat niet op zichzelf staat maar een even heftige tegenpool kent in een verstikkende liefde, in één en dezelfde persoon, en het schier grenzeloze streven van het kind, de dochter, om aan de vermeende verwachtingen van de moeder te voldoen, en niet alleen dat; om er voor de moeder te zijn als externe long, de moeder heeft ernstige asthma en zij, het kind, zal haar redden door voor haar moeder adem te halen. Het kind blijkt in haar onschuld en onbaatzuchtige liefde in staat om de haat van de ander, niet onbevreesd, integendeel, te accepteren. In alle wanhoop die daarmee onlosmakelijk is verknoopt. Dat heeft de latere gelouwerde schrijver heel precies geboekstaafd.

Om het thema haat iets verder uit te diepen kunnen we twee soorten van haat onderscheiden: 

  • de 1e is de individuele haat gericht op 1 andere persoon; het kind dat tegen de moeder roept ‘ik háát je’! Of het tegen een ander kind zegt, waarna het akkefietje dat de aanleiding van was van het kreisen binnen 20 minuten is vergeten. Kinderen hebben heel snel door dat ze met het uitspreken van ‘ik haat je’ macht over de ander kunnen uitoefenen. Je onttrekt liefde en dat vinden andere kinderen of vader of moeder vreselijk, ze doen hun best de oude constellatie van ongecompliceerd elkaar liefhebben te herstellen. En het kind leert het principe van macht uitoefenen en hoe dat op anderen inwerkt, het is een leerproces.
  • De 2e vorm van haat is de groepshaat. Een groep gaat een andere groep haten, meestal omdat de andere groep iets heeft wat de eerste groep niet heeft. Zonder deze vorm van haat uit te pluizen, er zijn veel publicaties die dat heel zorgvuldig doen, kunnen we het boek van Roy niet genoeg prijzen, omdat het zo precies beschrijft wat er gebeurt als twee groepen met elkaar in de clinch raken, als de ene groep met al of niet openlijk geweld iets van de andere groep wil afdwingen. Daar heeft de groep die iets wil hebben geen enkel probleem mee, openlijk geweld of zelfs maar ermee dreigen boezemt vrees in, de angst je leven te kunnen verliezen zit heel diep in de mens, daar slaat ie gegarandeerd op aan.

We moeten het even hebben over de haves en de haves-not, mensen die meer dan genoeg hebben om aangenaam van te kunnen leven, en mensen die deze bestaanszekerheid missen (daartussen zit een flinke groep die het echt niet slecht heeft, dat is zeg maar de silent majority). Het onderscheid tussen de haves en haves-not is niet zomaar een onderscheid, het markeert een scheuring in een samenleving, in een gemeenschap. We zien dat zo ongeveer overal in de wereld de kloof tussen armen en rijken alleen maar toeneemt, niet overal overigens, India is daar dan weer een paradoxaal voorbeeld van. 

De kloof tussen rijk en arm, dat is een ding, dat willen de mensen die niet veel hebben, of te weinig verdienen om fatsoenlijk van te leven, liever niet. Omgekeerd willen de rijken absoluut niet dat er aan hun, door hard werken of geluk of corruptie, en in ons land in toenemende mate door een erfenis, verworven rijkdom wordt getornt. Om dat bezit te beschermen willen de rijken heel ver gaan.

Roy beschrijft een andere orde van rijk en arm. India was in de tijd dat zij haar romans schreef en haar politieke geschriften gebaseerd op nauwkeurige observaties in situ publiceerde, een zeer arm land, waar een groot deel van de bevolking maar net boven de hongergrens leefde. Om in de vaart der volkeren opgenomen te worden, heeft de Indiase overheid beslissingen genomen die op zichzelf genomen wel begrijpelijk zijn, in de uitvoering echter over spreekwoordelijke en echte lijken ging. Roy gebruikt in dit kader de term ‘wanton destruction’, achteloos kwaadaardige vernietiging. Achteloos omdat geweld wordt ingezet tegen een bevolking die zich niet kan verweren, denk aan onze oude kolonialen met hun geweren, kwaadaardig omdat willens en wetens de existentie van hele bevolkingsgroepen werd vernietigd. Een bestaan wordt kapot gemaakt en het interesseert de overheid geen zier, red jezelf. Zoals overheden zichzelf redden, met goede ambtenarensalarissen en royale vergoedingen voor politici, die niet zelden worden aangevuld met inkomsten uit corruptie. Wanton destruction, en de arme mensen komen in verzet en trekken altijd aan het kortste eind. Roy beschrijft in haar Mother Mary heel precies de battlefields waar zij actief aan heeft deelgenomen, een staaltje dapperheid waar niet veel schrijvers zich op kunnen laten voorstaan.

In het voorwoord van de gebundelde politieke essays, ‘My Seditious Heart’ (daar kan de lezer ook de term ‘wanton destruction’ vinden), schrijft Roy, sprekend over een volk dat in opstand komt: ‘Even as they went down fighting, the people of Narmada taught the world some profound lessons – about ecology, equity, sustainability, and democracy. They taught me that we must make ourselves visible, even when we lose, whatever it is what we lose – land, livelihood, or a worldview. And that we must make it impossible for those in power to pretend that they do not know the costs and consequences of what they do.’ Dit is per saldo de boodschap die Roy met haar romans en essays de wereld inslingert. Machthebbers moet duidelijk worden gemaakt dat ze niet kunnen pretenderen dat ze geen idee hebben van de consequenties van hun handelen. Ze weten het heel goed, en doen of ze gek zijn, en overigens, sommigen zijn het.

Er staan verkiezingen voor de deur, we hebben nog een paar weken de tijd om de extreemrechtsen te wijzen op wat zij in de afgelopen regeerperiode hebben ge-nietpresteerd, en belangrijker, wat de consequenties zijn van hun niethandelen, want ze hebben willens en wetens geen moer gedaan. Wat ze niet hebben gedaan, en waarom niet, en wat wel, en waarom wel, dat moet benoemd worden. De kiezers hebben het recht om te weten op wie ze gaan stemmen.