‘Kijken we eens rond in de wereld. Wat zien we? Wat horen we?’ De man in het midden liet zijn vraag kort hangen, hij wachtte niet op antwoord, hij had iets te zeggen.
‘We zien een samenkomst van mindere rechtsen, niet de grote, stel je voor je gaat je niet encanailleren met het risico van foute beeldvorming, een samenkomst van mindere rechtse goden in zeker land waar de oppergorilla victorie blijft kraaien, terwijl hij niet meer doet dan geld achterover drukken dat van de hem zo gehate EU komt.
‘We zien een oorlog in onze Europese nabijheid die zich naar te vrezen valt gaat voortslepen omdat het de agressor niet wordt gegund om te winnen, want dan is de beer in de wereld los. En dat wil niemand in het westen en niemand in het berenland, stel ik me voor.
‘We zien een oorlog in het midden oosten, is dat een oorlog? Als, dan zou je moeten concluderen dat het in die regionen al 57 jaar oorlog is. In ieder geval is het er al sinds mensenheugenis een kruidvat; neemt de huidige oorlog binnen die tijdsspanne dan een uitzonderingspositie in? Daar valt over te discussiëren. Wat vaststaat: deze oorlog is inmiddels gekaapt door Randalierer in Amerika, en ook in ons land, de tijd gaat snel, die met groot succes amok maken op gerenommeerde universiteiten. Wie steekt daar achter? Wie profiteert van die rellen? Dat zijn vragen die op grond van feiten op dit moment niet beantwoord kunnen worden.
‘Dan hebben we de verkiezingen voor het EU parlement. We hebben een zekere kandidaat uit zeker land die onvervalst extreem rechtse taal uitslaat, en, let op: daar op het oog prima mee wegkomt. Omdat de fatsoenlijke pers niet instaat blijkt een goede riposte te plaatsen, wat echt een heel groot probleem is. Omdat de partij voor wie hij kandidaat staat doelbewust weigert hem te laten vallen, wat elke andere partij uit strategische overwegingen allang zou hebben gedaan. ‘We zien, tussen haakjes, dat deze partij en overigens ook zekere dictatoriale leiders en aanverwant niet te verkiezen volk, een communicatiesysteem hebben ontwikkeld dat louter op het ontregelen van het publieke politieke debat is gericht, op agressieve wijze, gelardeerd met slogans en one liners die het volk aanspreken of gaan aanspreken als ze maar vaak genoeg worden herhaald. Ik durf er aan toe te voegen; als we er niet in slagen dit probleem te tackelen, dan wordt grote duisternis ons deel.
‘We zien een kabinetsformatie waar zekere would be leider drie partijen gijzelt, twee vrijwillig waarvan de één licht onnozel en de tweede toch echt zeer berekenend gewillig, de derde als we het welwillend beschouwen nolens volens, maar wat bezielt hen? We zien, of horen eerder via twitter, vier leiders die ieder vanuit hun persoonlijke politieke biografie hunkeren naar echte macht: *de man die al -tig jaar in de coulissen staat en droomt van de grote sprong voorwaarts, richting dicatuur; *de meelopers die eveneens dromen van echte macht, maar dan binnen de kaders van wat we met elkaar hebben afgesproken als het over democratie gaat. Ik weet niet wat we kunnen verwachten: een kabinet dat tijdens de vorming van het kabinet de afslag naar rechts en extreem rechts heeft gemaakt en met die afslag extreem rechts heeft gelegitimeerd, lees: de wil van het volk. Dan wel een mislukte formatie, en dan is de toekomst even duister.’ Hier stopte de man in het midden, hij leunde achterover, er viel een stilte over de tafel. Ze waren het gewend, deze man die meestal zwijgend zijn borrels dronk en z’n bitterballen nuttigde, daarbij een verdienstelijke maar niet overdreven avontuurlijke kaarter was. Hij had zelden wat te melden, maar nu zat ‘m kennelijk iets heel hoog en ze wisten; dit kunnen we niet negeren, dat gaat niet. De man op de hoek van de tafel bij het gordijn zei ‘hear hear, een toast op onze ziener in de glazen bol.’ Hij stond op, de rest van de tafel volgde licht in verwarring, men knikte elkaar toe, een flinke slok werd achterover geslagen, Hendrikje snelde toe; ‘heren, ik ben nog jong, maar het lijkt me, hier zijn behartenswaardige woorden gezegd. Het gaat ook om onze toekomst en ik ben eigenlijk wel benieuwd wat u daar van vindt.’ Ze schonk de glazen bij en wachtte vervolgens op een antwoord, en de tafel wist daar komen we niet onderuit. Hendrikje kon bijzonder autonoom zijn, en zij was degene die de fles hanteerde. Of de taphaan, for that matter. Maar niet alleen autonoom, zij was ook oprecht geïnteresseerd in het antwoord op haar vraag, zij wilde weten hoe deze mannen haar toekomst zagen.
‘Je zegt dat wel, sprak een ander, en ik ben het met je eens, maar ik wil er wat aan toevoegen: we hebben het klimaat, de groenwassers en het volk dat niet minder vliegt maar meer, maar de groenwassers zijn de ergste durf ik wel te zeggen, zelfs cruise schepen worden groen gewassen.’
‘En je hebt de radikaalrechtse knokploegen die steeds nadrukkelijker politici links van het midden attacqueren en zwaar mishandelen en voor dood op straat achterlaten, als grof vuil. Dat is in ons buurland maar laten we niet vergeten dat hier bij ons openlijk over tribunalen wordt gesproken, in het parlement, en dat de partijleider van vorenbedoelde parlementariër een onvervalste minachting voor hetzelfde parlement aan de dag legt en daarmee wegkomt. Geen probleem de voorzitter van het parlement vindt het prima, alles kits in die hoek in het parlement waaruit de voorzitter komt. Die voorzitter heeft in het verleden ook van alles op papier gezet, dat heb ik even niet paraat en dat is eigenlijk een opuchting.’
‘En waar ik ook wel benieuwd naar ben,’ sprak weer een ander, ‘is hoe die meelopers het gaan verantwoorden dat zij in zee gaan met zo’n volstrekt foute would be leider, een man die zich koestert in de schaduw van dictators en kleptocraten. Dat wil ik wel ’s weten.’ Iedereen begon door mekaar heen te praten, de gemoederen liepen hoog op en het was opvallend; er zaten geen apologeten aan de tafel, althans, als, dan hielden ze hun mond.
De tafel rumoerde voort, Hendrikje kreeg het erg druk, er kwam geen antwoord op haar vraag, maar ze kon bevroeden dat de mannen wel het goede met haar voor hadden, al zeiden ze dat niet hardop, maar dat vond ze eigenlijk wel zo fijn, je moet niet altijd naar de bekende weg vragen.
‘Eigenlijk denk ik dat er geen kabinet komt, daar gok ik op’, sprak een van de mannen. ‘Daar gokken wij ook op!’, joelde de rest. Hendrikje had een enerverende middag.