Voorwoord
Geachte lezer, goede dag!
Twee mensen leren een derde kennen, de derde leert twee mensen kennen en hij leert zichzelf beter kennen, alles in idyllische sferen, zoals het op een mooie zomeravond zomaar kan gebeuren. Het is een sprookje, en een sprookje kent een moraal die in de regel een uitgesproken karakter heeft, en dat is ook niet anders in deze tijden van escalerende ontsporingen wereldwijd, en daar is een falende politiek mede debet aan.
Wij kunnen als lezer, als mens, als partner, kind, ouder, elftal ik noem maar wat, iets doen, om die voortdenderende trein te stoppen. Om die razende trein, die tijdens de rit massieve destructie veroorzaakt, af te remmen. Niet door met tegenrazernij te reageren, dat werkt nooit, maar door je verstand te gebruiken en te rade te gaan bij Thomas More en zijn vriend Erasmus, door in actie te komen omdat je het goede voorhebt met je medemens en met jezelf. Door ook een beter begrip te krijgen van de mannen die de loop van de geschiedenis willen bepalen. Mannen die niet in dienst van een gemeenschap acteren, maar louter hun macht bewaken en versterken, en misschien gaan ze nog eens een megaknokpartij aan met een concurrerende jaloersmakende ookdictator, bij voorkeur natuurlijk in een kooi, met ontbloot bovenlijf, just for fun.
De gekte van deze mannen begint epidemische vormen aan te nemen, en de enige manier waarop wij ons tegen die gekte kunnen wapenen, is tegenmacht genereren; door te stemmen, door je te organiseren, door een moraal voor te staan en ernaar te leven, een moraal die de volgende universele kernwaarden borgt:
- Menselijke waardigheid
- Mondigheid
- Vrijheid
- Tolerantie
- Verantwoordelijkheid
- Gerechtigheid, rechtvaardigheid, billijkheid en eerlijkheid
U zult wellicht bij uzelf denken ‘maar dat weten we toch allemaal allang.’ Dat kan, maar er was voor mij een innerlijke noodzaak om dit verhaal te schrijven en dat wilde ik u laten weten. En zoals Saadi (De Rozentuin, 2005, pag. 163, vertaling J.T.P. de Bruijn)) schreef:
Ook al wordt er niet geluisterd,
Spreek, en zeg waar het op staat.
Vanaf het prachteiland Nieuw Utopia teken ik,
Uw dienstwillige dienaar,
Tredmolen