‘Zullen we eens kijken naar het begrippenapparaat waar het extreemrechtse smaldeel van het Europese volk zo te hooi en te gras gebruik van maakt? Dat is heel interessant, vooral omdat er geregeld letterlijke citaten uit nazi toespraken worden rondgestrooid, wat de sprekers dan achteraf weer niet weten als ze erop worden aangesproken. Ook wordt er uit de gedachtengoederendoos van de onvervalste nazi ideologieën geput om een maatschappelijk onderwerp in het heden in een frame te zetten, bijvoorbeeld de omvolkingstheorie en het gebruik van de term extreem. Het omvolken tussen haakjes dat in bepaalde kringen vigeert, stelt dat de hunnen ons land bedreigen en ons uit ons eigen land willen verdrijven. Dat klopt natuurlijk niet, dat is de hunnen nooit gelukt. Wel hebben de russen geregeld hele regio’s binnen hun invloedssfeer leeg geveegd om er andere volken uit andere regio’s voor in de plaats te zetten. Dat doen ze overigens nog steeds, nu in Oekraïne. Onze oosterburen hebben in de voorgaande eeuwen actief eigen mensen elders gevestigd, wat natuurlijk je reinste kolonialisme was. Het is goed om vast te houden dat dit uitdrukkelijk acties waren, en zijn, geëntameerd door regeringen, je hebt een staatsmacht nodig om dat voor mekaar te krijgen, de meeste mensen verlaten niet vrijwillig huis en haard en familie. Het zijn dus niet de hunnen die omvolken, dat is een nadrukkelijke leugen die bewust zo in de hoofden van onnadenkende mensen wordt geplant. Maar dit terzijde.’ De spreker pauzeerde even, de tafel zuchtte, O god, een referaat van Stelligman, daar zaten ze nou echt niet op te wachten. Het was takkeweer, de kachel was nota bene aan, er hingen jassen over de radiatoren te drogen, en nu dit.
‘We zouden het toch niet meer over extreemrechts hebben, maar over radicaal rechts?’, waagde de timide man die het nieuws goed volgde te opperen.
‘Dat is ook weer zo’n versluiering. De term extreem rechts staat bij onze oosterburen bij een extreem rechtse club in een kwade reuk, omdat de geheime dienst daar die extreem rechtse club, die overigens wel leden telt, als extreem rechts heeft aangemerkt. De geheime dienst daar doet dat als er een vermoeden van staatsondermijning is. De club vroeg zich af of dat zo maar kan en legde het een paar rechters voor. Ja, dat mag, zeiden de rechters, daar hebben de clubleden nu groot verdriet van. Want het houdt in dat de geheime dienst telefoons mag afluisteren, geheel legaal, en bij de club mag infiltreren, om uit te vinden wat ze nou precies uitvogelen.’ De tafel zweeg bedrukt en staarde lusteloos naar de borrels op het tafelkleed, Hendrikje poetste quasi ongeïnteresseerd de glazen en luisterde aandachtig.
‘Nou hebben wij toevallig op dit moment twee opmerkelijke figuren in onze landspolitiek, een voorzitter van de 2e kamer die onlangs het begrip extreem rechts schijnt te hebben verboden, wat wel curieus is als je het over vrijheid van meningsuiting hebt en daar zelf ruimhartig gebruik van maakt, en een toekomstig premier die jaren het hoofd van de veiligheidsdiensten is geweest en die dus heel precies weet wat die diensten in het kader van de nationale veiligheid uitspoken.’ Hier sprong Hendrikje fluks naar voren en zei ‘als ik even mag onderbreken, dat van het extreem rechts in de 2e kamer heb ik gevolgd, en volgens mij heeft de voorzitter een paar dingen door elkaar gehaald. Hij zei zoiets als extreem rechts dat is een vergelijking maken met het nationaalsocialisme en nog iets met 6 stappen. Maar een kamerlid met een goed geheugen zei dat de voorzitter aan de lopende band de term extreem links heeft gebruikt, en op zijn beurt die term aan het nazisme koppelde. Dat is een heel effectieve manier om het begrip extreem te neutraliseren. Extreem links of extreem rechts in relatie tot het nazidom, wat doet het ertoe, en bovendien is het een verdachtmaking naar links. Dit kan je bestempelen als een heel geraffineerde quasi analogieredenering, en je vraagt je af uit wiens koker deze retorische truc komt. Wat ik intussen opmerkelijk vind is het resultaat van deze interactie tussen kamer en voorzitter: kennelijk hebben de politici en journalisten besloten zichzelf te censureren en voortaan in plaats van extreem het woord radicaal te gebruiken. En radikalinski, dat weten we allemaal, dat zijn anarchisten en wat die met de staatsmacht willen weten we ook; omverwerpen. En dat is de ironie: extreem rechts wil de democratische staatsvorm omverwerpen, en extreemlinks ook, maar het ene mag je niet hardop zeggen, van de voorzitter, het andere wel, namelijk door de voorzitter zelf.’ Hier zweeg Hendrikje, ze had een rood hoofd van de inspanning en keek naar de leden van de tafel, die geheel uit hun lethargie ontwaakt door mekaar heen gingen schreeuwen, ‘Hendrikje!, dat heb je heel goed gezegd!, je hebt het extreem goed auf den Punkt gebracht dat met die voorzitter, geen idee of die vent weet wat ie zegt, maar ja, It is what it is met deze voorzitter, he goes his gang. En nou wat anders; breng de kaarten een borrel en een extra bitterbal wil je?’ Hendrikje trok zich tevreden terug achter de toog en zette zich aan de frituur nadat ze de borrels en de kaarten naar de tafel had gebracht.
‘Maar hoe zit dat nu met die terminologie die de extreemrechtsen bezigen?’ waagde de timide man nog op te werpen, maar zijn inbreng werd overschreeuwd, ‘daar komen we later op terug, let op je kaarten en geen flauwekul!’