Je zit daar in de zon met een goed boek, je voelt de zon op je huid, het is een goed verhaal dat je leest, je wordt een beetje soezelig, zakt wat weg moet zinnen herlezen en zakt nog wat verder weg, geluiden van de suizende wind en kinderen op de achtergrond, en plots duikt de eeuwige vraag op; waar gaat het om in het leven? Want dat is niet alleen het lezen van een verhaal, niet het je gezicht naar de zon wenden en je hoofdhuid verbranden. Het is niet het met een zeker genoegen zitten soezelen in de avondzon. Maar wat dan wel? De zin van het leven is niet het uitnutten van de geneugten des levens, niet alleen, noch strikt de stelregel van mijn opa, ‘ora et labora’ volgen, het één is te hedonistisch het andere van een licht treurigmakende plichtsbetrachting die overigens met plezier samen kan gaan, als je het een beetje breed kunt laten hangen. Humor had mijn opa en hij hield van een goede sigaar. Maar de zin van het leven, als je de bedrieglijke eenvoud van het geloof moet ontberen, en je niet het heil bij heilsbrengers wilt vinden, noch de oplossingen in ideologieën hebt gevonden, even treurig het laatste als het moeten loslaten van een geliefde, waar is dan de zin van het leven te vinden? In ieder geval helpt daar de politiek niet. Heren als een zekere heer W. die leven bij het affakkelen van tegenstanders hebben niet begrepen dat het schofferen van een minister-president niet helpt om wat hij wil bereiken ook daadwerkelijk te gaan halen. De goede man is niet in staat om onder de gewijzigde omstandigheden, hij heeft echt meer macht dan voorheen, de stip op zijn hoogstpersoonlijke horizon te blijven zien, namelijk het veroveren van de absolute macht.
De heer heer W. is niet gebouwd op consensus, op samenwerken, ook niet op doen alsof. En dat is bij alle malheur dan weer een groot geluk. Leven bij louter strijd, het is weinigen gegeven om daar een succes van te maken. En dat is dan het betrekkelijke geluk van dit moment: de heer W. kan niet van zijn padje af en zal binnen de kortste keren zijn droomkabinet opblazen. Hij kan niet anders en dat is goed zo.
De heer W. Heeft als enig lid van zijn partij geen Komplizen, hij beheert louter een bende van horigen. Horigen hebben geen mening, geen stem, hun geweten richt zich naar de hoogste, zo is het leven van de horigen. Horigen geven geen weerwoord, want dan gaat je kop eraf. De horigen weten dat, de nieuwe minister-president nog niet.
Is er een zin in het leven? Als nu, dan is het het bestrijden van stukmakers als een heer W., dan ligt het in je stem laten horen en je verzetten tegen nihilistische machtsusurpatoren zoals een heer W. En we mogen zijn horigen niet vergeten, de laatsten zijn evenzeer verantwoordelijk voor wat er de komende tijd gaat gebeuren. Als nu: verhef je stem, ga de straat op!