Interview met de heer W.

door

in

“Meneer W., u als kersverse oppositieleider van het nieuwe kabinet zult aangenaam verrast zijn door het onlangs verschenen wetenschappelijke artikel verschenen in BioScience, waarin staat dat het klimaat anno 2024 kort samengevat als deplorabel wordt beschreven. Koren op uw molen zou ik zeggen. Uw commentaar alstublieft.”

“Wat het kabinet roept, ze doen maar. Ze spreken uit één mond, zeggen ze, hebt u het gemerkt? Dat maakt het voor mij als onbetwiste oppositieleider natuurlijk wel heel makkelijk. Met het klimaat gaat het radicaal de verkeerde kant op, en wat doet het kabinet? Niets. Beetje max snelheid verhogen, da’s makkelijk scoren bij de achterban. Nee, het is een peuleschil dit kabinet het vuur na aan de schenen te leggen.”

“Ik begrijp het. En hoe doet u dat dan?”

“Nou, door het kabinet erop te wijzen dat er meer zaken spelen dan alleen het klimaat. We hoeven niet meteen met voor de hand liggende voorbeelden te komen om duidelijk te maken dat wij als volk dreigen te verzuipen, door de tsunami’s die als tropische orkanen ons land teisteren en dreigen te vernielen. Dáár moet wat aan gedaan worden, je moet prioriteiten stellen.”

“En wat vinden de andere oppositiepartijen daarvan? Trekt u één lijn met de andere partijen? Uit de oppositie?”

“Wat een irritante vraag. Ik bèn de oppositie, die andere partijen interesseren mij geen moer, heeft me nooit ook maar een zier geïnteresseerd. Hoe dacht u dat ik anders daar was gekomen waar ik nu ben?”

Interview 2

“Meneer W., u als onbetwiste woordvoerder van het kabinet, heeft onlangs met een allerbeminnelijkste glimlach tegen het journaille gezegd dat het kabinet zéér constructief bezig is daadkracht te tonen in het aanpakken van het immigrantenprobleem. De asielcrisis is van de baan. Dat is een goed bericht voor alle mensen in den lande die zich zorgen hadden gemaakt over hoe het nou verder moest met de asielcrisis. Uw commentaar graag.”

“Dank voor het compliment, u ziet er ook niet verkeerd uit. Je weet hoe het is, je kan niet permanent oppositie voeren. Het maakt niet in de laatste plaats de oppositieleider zelf sjagrijnig, altijd maar moeten hakken en afgeven op anderen, daar word je echt niet vrolijk van, gelooft u mij. Maar ook het volk begint er een beetje genoeg van te krijgen, dat hebben we gelukkig op tijd onderkend, onze focusgroepen hebben het uitgewezen. We moesten dus snel reageren, en zo kwam het tot het besluit een charmeoffensief te starten. Niet langer van dat negatieve, van met een grafstem vreselijke berichten de wereld inslingeren, nee er waait een frisse wind in coalitieland, alle kabinetsleden zijn positief en tot daadkracht gedreven, en dat willen we uitstralen. Het is heel belangrijk dat het volk ziet dat we ervoor gaan.”

“Is het niet eigenlijk de taak van de premier om die blije boodschap den volke te brengen?”

“Daar raakt u weer de irritatiezenuw bij mij, als enige politicus in dit kikkerlandje die de blik op de toekomst gericht houdt, vanuit het enige juiste geloof ‘ieder voor zich en god voor ons allen’ moeten we het libertaire standpunt blijven verkondigen, anders is het hek van de dam en zullen tsunami’s ons prachtige land en volk overspoelen. Maar even iets anders; van welke krant of omroep bent u? Ik ken u niet.”

“Wij zijn van het modemagazine ‘De kleding zit te strak’ en we vroegen ons af of u daar nog iets over te melden had, als politicus die zelf meer légère in het pak is genaaid.”

“Een heks! Godskolerejesusmaria, dat mij dat uitgerekend nú moet overkomen!”