À la plage, Scheveningen, 8 april, het is lauwzacht, met, ik kan er niet voor wegduiken, een zeer onnatuurlijke lucht voor de tijd van het jaar. Sommen we uit het hoofd op: woestijnstof c.q. -zand,omdraaiing van de straalstroom hoog boven de Noordpool, veel te warm zeewater all over the world, het rode (? Rood zand niet gezien) woestijnzand dat al anderhalve week boven west europa hangt, permanente maandhitterecords die signaleren dat de 1,5 graad hittestijging allang een gepasseerd station is, waar ik persoonlijk heel verdrietig van word, de klimaatzaak tegen zekere oil company waarbij de olieclub niet schroomt om zijn agenda schaamteloos op de tafels voor de rechters te gooien, we gaan afwachten of alternative facts die daar op die tafel liggen stand houden en wat de rechters er vervolgens mee doen.
Dat is wat me het meest dwarszit; machtige partijen die de overheid zo ongelofelijk onder druk zetten dat de politici quasi achteloos inknikken terwijl zij beter zouden moeten weten. We hoeven het niet over de feiten te hebben, je kan ze opzoeken, wat mij vooral interesseert is hoe het kan dat de macht van het geld uiteindelijk altijd aan het langste eind trekt, ook als in retrospectief blijkt dat dat lange eind altijd tot desastreuze consequenties voor de bevolking leidt.
Bovenstaande schreef ik gisteren. Vandaag: Copernicus, zoekt u maar op, de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, kunt u ook opzoeken.
De tijd haalt de mens in, de warmte-ontwikkeling over de hele aardbol is nog dramatischer als gevreesd, de uitspraak uit Straatsburg geeft de burger, hoop ik, moed.
Over de feiten gaan we niet twisten. Dat wilt u wellicht toch, oké, maar niet met mij.
Om je een oordeel te vormen over iets, het gedrag van oliemaatschappijen, het gedrag van politici in hun functie van politicus, moet je uit kunnen gaan van feiten. Daar moet je niet een filosofische of theologische discussie over aangaan, dan ben je bij voorbaat gelopen. Denk aan de theologische vraagstelling naar het bestaan van Adam en Eva en de invloed van dezen op de ontwikkeling van het christelijke geloof; de feitelijkheid van de tekst van het oude testament en de evangeliën. Als je daar over wilt bomen, in de kroeg, graag, maar niet met mij. Filosofen zijn in de retorica en het tautologisch redeneren nog veel gehaaider, allicht kan je daar in de kroeg een mooie boom over opzetten, maar het leidt tot niks.
Keren we terug naar het gedrag van mensen.
10-04 Woorden doen ertoe. Dat zien we aan lieden als een voormalige baas van een groot land, die zijn perfide taalgebruik doorspekt met de volgende elementen; de leugen, de ander betichten van waar je jezelf schuldig aan maakt, verdraaiing, de inzet van zogenaamde alternative facts. Het zijn allemaal stijlmiddelen die mits onweersproken een waanzinnige schade aanrichten, en dat is uitdrukkelijk zo bedoeld. Om een dergelijk woordgebruik werkelijk als effectief wapen in te zetten, moet het veel herhaald worden, marketingregel nummer één, alle politiek loopt via reclame. Al is een boodschap nog zo waardeloos gebracht, al ie maar vaak genoeg wordt herhaald blijft ie wel hangen. Het is het grove geweld waarmee talentlozen dan wel geestelijke luiwammesen zichzelf in de étalage zetten, die overigens ook door autocraten en dictators met succes wordt ingezet. Dat is wat er in het steeds verder weg liggende Amerika gebeurt. Dat is wat er inmiddels bij ons gebeurt, met eenzelfde succes, zoals we overal om ons heen zien.
Een boodschap wordt sterker als je er een bijpassend gedrag bij vertoont. Een zeer succesvolle stijlfiguur die steeds driftiger wordt ingezet: de zelfbewieroking. Die is daarom zo effectief omdat de mens in moderne tijden een ontzaglijke behoefte aan helden heeft, goede helden en boze helden. De goede held staat vooral voor wat je met een beetje fantasie zelf zou kunnen zijn; een winnaar in de sport, een unicorn, het zijn niet de gringste streefdoelen die mensen zich zonder noemenswaardige inspanning voorspiegelen.
De boze held heeft een heel andere functie die niet geheel toevallig perfect past op deze tijd van grote teleurstellingen. We noemen: baanzekerheid, een betaalbaar dak boven je hoofd, een net pensioen, een net en rechtvaardig over de gemeenschap verdeeld inkomen om welvaart en welzijn in stand te houden. Dit zijn zaken die allang niet meer goed zijn geregeld, omdat het economische principe van een doorlopende economische groei die de toename van middelen garandeert en betaalbaar houdt een schijnprincipe is. Economische groei gaat altijd ten koste van velen, valt ten bate aan slechts weinigen, gaat ten koste van het welzijn van de aarde mogen we er nog aan toevoegen. De aarde wordt uitgeloogd en knappe koppen weten precies wat dat voor de toekomst van de mensheid inhoudt. Ik doel op de wetenschappers, hun rapporten zijn eenvoudig te vinden. Weliswaar hoor je vaker stemmen die een nulgroei propageren, om het uitmergelen van de resources op zijn minst te vertragen, maar dat kan alleen lukken als overheden daartoe besluiten en de vermogens in de wereld eerlijker worden verdeeld, als de rijken meer bijdragen aan de staatskas, en dat is een discussie die in de politiek niet van de grond komt, omdat de rijken niet genegen zijn om, in het algemeen belang, afstand te doen van een substantieel deel van hun vermogen. En de rijken hebben het echt voor het zeggen. Spreek uit: de rijken hebben het voor het zeggen, en zij willen niks afgeven. Zo is het toch? En we laten de enkele zeer rijke filantropen die hun persoonlijke queeste najagen buiten beschouwing houden: a) het zijn er erg weinig, tegelijk wordt een al te opzichtig schaamlapjeprincipe toegepast; b) ook hier zie je de stijlfiguur van de zelfbewieroking, kijk mij eens goed doen, zie hoe geweldig ik ben. Een kampioen ben ik, duimpje omhoog.
Keren we terug naar de boze held. Die doet iets paradoxaals. De boze held vuilbekt dat het een lieve lust is, mensen vinden dat wel geestig, hij hanteert het principe van wijs de zondebok aan, diffameer je tegenstanders, houd je aan god noch gebod, presenteer je als de redder van de verschoppelingen. Dat doet hij overtuigend, en die mix van bad boy en messias, die zeer precies in de publiciteit wordt opgebouwd en uitgebouwd, spreekt de mensen die het slachtoffer zijn van het kapitalistische rouwdouwgedrag van de ‘greed is good’ mannen duidelijk aan. En onze boze held is zelf van de ‘greed is good’ soort, hij is one of the boys en de andere boys herkennen dat. Ze hoeven ‘m niet sympathiek te vinden, er is weinig onderlinge sympathie onder de boys, ze zien echter de potentie bij de man die hen in de politiek van dienst kan zijn, hun loopjongen kan zijn, voor zolang als nodig. De paradox zit hem erin dat hij, schooier eerste klas, de mensen doet geloven dat hij voor hen opkomt, wat ie niet doet en nooit zal doen. Zijn belang ligt elders, en dat is het in de lucht houden van zijn eigendunk, daarzonder kan hij niet leven. Hij heeft geen vrienden, niet nodig, wel fans. En zijn toenemende schare fans, teleurgesteld en uitgeknepen door de rijke elite (en overigens ben je verantwoordelijk voor je eigen geluk, als je het niet hebt gemaakt ligt het aan jou), tegen wie ze wel degelijk opkijken, die willen ook ongegeneerd kunnen schelden op wie hen heeft verneukt, en de boze held doet het als het ware voor hen. Hij scheldt, zijn fans joelen.
Tip: voor wie geïnteresseerd is in de oorsprong van de America First slogan, lees het engelstalige Wipikedia lemma, leerzaam.
Langzaam, al schrijvend en nadenkend over wat ik opschrijf, valt er een somberte over me. Het kan het onderwerp zijn waarover ik schrijf, het is niederschmetternd maar het moet geschreven worden, het kan het boek zijn dat ik lees, excerpten uit Brigitte Reimann’s dagboeken, Aufbau Verlag 2004, een rücksichtslos eerlijk verslag van het reilen en zeilen van een mens met een rechte rug in de 60-er en 70-er jaren in de DDR, de worsteling van een idealist en kunstenaar en de confrontatie met de haar omringende realiteit. Francisca Linkerhand, haar grote roman, is in 1974 posthuum verschenen. Soms is de werkelijkheid van alledag moeilijk te verdragen, en dit was zo’n dag.