Victory, een woord dat aangevuld kan worden met Boogie Woogie. Voor het oog ontstaat het beeld van het meest prachtige schilderij van de laatste 80 jaar, het toppunt van lichtheid, harmonie, het groet je van verre. Als je er langer naar kijkt vervloeit het beeld in de hersenen tot een dansante beweging. Tegelijk is het op het oog strak geometrisch en precies zo bedoeld als het op het doek staat, maar ook en vooral; het is het resultaat van de zoekende kunstenaar; er is geen vooropgezet plan. En dat is het geheim van het schilderij, eigenlijk van alle moderne schilderkunst, van alle kunst; het is een eeuwig zoeken. Behalve de architectuur, daar is alles vooraf exact vastgelegd en doordacht, behalve dan weer, lijkt het, de houdbaarheid van de gebruikte materialen, dat zie je aan sculpturale architectonische schoonheden die na pakweg 30 jaar definitief de fase van de verkrotting zijn ingegaan, behoudens de enkelen die met godsvermogens weer op de been worden gebracht, gelukkig maar.
Eigenlijk moet je de architectuur uit de kunstlexicon schrappen. Het gros dat van de tekentafel komt is het resultaat van nijver en vooral fantasieloos tekenen, de kans dat daar qua schoonheid iets blijvends uit voortkomt is natuurlijk niet nihil, er zijn gebouwen waar je met plezier naar kijkt, er zijn woonwijken die met gevoel voor de toekomstige bewoners en een idee van esthetiek zijn ontworpen; het geeft in ieder geval al die schrijvers van architectuurboeken brood op de plank. Brood op de plank is niet onbelangrijk. Dus toch maar niet schrappen.
Maar we hadden het over Victory, en in dit geval kan voor het schilderij, Mondriaans laatste, een preciezere titel niet bedacht worden. Mondriaan laat zien dat hij alle conventies, vooral de door hemzelf gehanteerde, overboord kan kieperen. Geheel van alle ballast bevrijd is hij gaan schilderen wat hem zijn hele leven voor ogen heeft gestaan; een verblindende schoonheid die zich niet van de dansvloer laat slaan, die in een eeuwige werveling de ogen van de beschouwer betovert.
Victory kan ook verwijzen naar het v-teken, het teken van overwinning. De connotatie met het v-teken is er een van strijd, oorlog, zoals autocraten en dictators in het hier en nu die wel willen laten zien als ze een redevoering of tirade houden, als teken van onverslaanbaarheid. Vaak genoeg klopt dat, bijvoorbeeld als zij nog een verkiezing moeten winnen; de verkiezingen zijn nog niet gewonnen, maar zij drukken uit: wij zijn onverslaanbaar, onaantastbaar. Een variant op het v-teken is het duimpje omhoog. Vaak is het een klein duimpje, niet minder dreigend.
Churchill gebruikte het v-teken om zijn wanhoop te bezweren, en die van de luisteraars. Bij de schilder lag het anders. Voor hem was dansen bevrijding, beweging de essentie van het leven, het zoeken naar betekenis levensvoorwaarde. Wat is er mooier dan een energieke dans op vrolijke muziek? Victory Boogie Woogie, een zeldzaam geschenk aan de mensheid.