‘Hoor jij nog wat uit Den Haag?’
‘Weinig, radiostilte hè? ze praten achter gesloten deuren, om het volk niet al te snel te alarmeren.’
‘Toch niet achter deuren van een gesloten inrichting hoop ik? Hoewel, er is zeker wat voor te zeggen dat die 4 poppetjes in een collectieve waan zitten, sinds het volk heeft gesproken. Laten we hopen dat de waan niet doorslaat naar een voldragen psychose, want dan zijn we pas echt ver van huis en dan is het met het plekje waar je je thuis voelde wel gedaan.’
‘Toch heb ik wel wat gehoord uit Den Haag, uit het parlement waarin een halve zool, één van de hoeren van de heer W. in een chaotisch betoog aankondigde dat vanaf NU het adagium geldt: “Eigen industrie eerst”. Wat overigens wel een bekende tandem is, de industriëlen en het volk, in de 20-er jaren vorige eeuw bleek dat een bijzonder succesvol verbond bij onze oosterburen. Maar wat ik zeggen wou: zo’n hoer die geen woord van wat ie daar heeft gezegd zelf heeft bedacht, stel je voor en bovendien, je gelooft toch niet dat wat daar namens de heer W. wordt gezegd zonder het fiat van diezelfde heer W. wordt uitgebraakt? Kotsen doe je op commando. De heer W. heeft slechts hoeren in zijn gevolg, die doen ALLES voor de baas, en wat ze buiten de schaarse optredens in de kamer nog doen, daar waag ik niet over te fantaseren.’
‘Veel soeps kan het niet zijn. Ze hoeven geen leden bij te praten, eigen initiatief wordt rücksichtslos de nek omgedraaid, blijft over de baas z’n schoenen te likken en pootje te geven. Is het je trouwens opgevallen hoe blinkend de schoenen van W. glanzen? Jaloersmakend!’
‘Intussen zitten we wel met het risico dat het Randalieren in de kamer de norm wordt. En met die uniforme en unanieme steun voor het wensenlijstje voor ieder wat wils belooft dat natuurlijk niets goeds. Want let maar op: zo goed als de heer W. zijn zootje ongeregeld in de hand heeft, en inmiddels zijn 3 trawanten medebendeleden volledig in de zak heeft, zo gaat hij zonder twijfel de fractieleden van de 3 partijen tot absolute gehoorzaamheid dwingen.’
‘Dat vrees je.’
‘Daar ben ik wel bang voor ja. Of het ‘m gaat lukken is een tweede, maar in zijn streven is hij glashelder, en hij is flink op weg.’
Ik denk, hij gaat gewoon op z’n bek. Bananeschil, zjietsch, harde landing even buiten westen en hup: geheugen kwijt, niks meer aan de hand en hij leefde nog lang in gelukzalige onnozelheid.’
‘Leefde ja, dan wel. Maar we leven in het hier en nu en W. is zeker nog niet op zijn achterhoofd gevallen.’
‘Ik ben optimistisch, in dit apenland liggen de bananenschillen te kust en te keur. Het komt goed.’
‘Het komt vast goed. Zoals een heer die je als vriend zou wensen eens zei: “ik weet het zeker denk ik”.’