Het bootje netjes afgemeerd zaten ze in de kuip en keken naar het hen omringende woud van masten dat bewegingloos de stilte van de avond beroerde. Heiko liep in gedachten de komende dag door, met enige tegenzin, liever bleef hij in het moment hangen. De meisjes zagen dat hij zich in zichzelf terugtrok, zich al van de plek en van hen distantieerde. Ze keken hem opmerkzaam aan, “je bent er met je gedachten niet meer bij geloof ik, gaat het goed met je, heb je zorgen?” Een legde haar hand op ’s mans knie en keek hem onderzoekend aan. Ander zocht een flesje water bij de picnicmand die nog op de kuipvloer stond. “Als je me zegt wat je zoekt, pak ik het voor je,” zei Heiko die inmiddels door de vraag van Een in het hier en nu was teruggekeerd, opgelucht dat hij uit zijn routinebinnenwereld was gehaald. “Een beetje water,” zei Ander, “je krijgt dorst van zo’n dag op het water haha!” Serieus, ik vond het een mooie dag, het is een mooie dag, dank je wel Heiko, dat je ons op sleeptouw hebt genomen.” Heiko glimlachte, toch wel gevlijd, hij pakte een flesje water en gaf het haar. “Ja, het is een mooie dag, dank júllie voor je gezelschap, als ik alleen was gaan varen was het een stuk saaier geworden. Hebben jullie eerder gezeild? Het leek me, toen je aan de helmstok zat, dat jullie dat al ’s eerder hadden gedaan. Of vergis ik me?” “Haha je hebt ons door!” zei Een, “we hebben op de zeilschool gezeten, lang geleden, gedropt door onze ouders hadden ze ook even hun rust en alles in het kader van opleiding en scholing, onze ouders hadden echt het beste met ons voor. Maar gek veel hebben we er verder niet mee gedaan, nietwaar zusje?” Die knikte instemmend, “maar we vinden het wel leuk, alleen, waar vind je een bootje als je er geen hebt?” “Je kunt als opstapper meevaren, dat doen er genoeg, wel de lusten, niet de lasten van het hebben van een boot zogezegd. En veel booteigenaren zijn blij met opstappers, vaak hebben ze een gebrek aan bemanning, dus opstappers, zeggen ze, graag.” “Ja, dat kan je wel zeggen, maar waar vind je nou leuke aardige booteigenaren? Die zijn niet zo makkelijk te vinden hoor. Jij misschien, maar dat was dan wel een toeval van heb ik jou daar, dat gebeurt anders toch nooit, een ontmoeting en meteen een afspraak en meteen zo’n aardig tochtje? Nee, voor opstapper voelen wij ons niet in de wieg gelegd, al wéten we dat bootjesmannen voor ons in de rij zouden staan hahaha! Maar nee, het is niet zo ons ding, za’k maar zeggen. Maar evenzogoed, een mooie dag was het, is het.” Ze keken Heiko aan, benieuwd naar wat ie ging zeggen.
Heiko keek naar de meisjes, hij voelde zich weer een beetje week worden en hoewel het voor hem een nogal verontrustend gevoel was, want onbekend, liet hij het toe, er hing iets van vredigheid in de lucht dat nieuw voor hem was, een gevoel van vertrouwelijkheid dat hij niet eerder zo had ervaren. Dat lag absoluut aan de meisjes, dat was ‘m volkomen duidelijk, en het besef dat hij kennelijk toch niet meester over zijn eigen wereld was dreigde hem terug te gooien in de veilige routine van de oppervlakkige small talk. Maar nee, die kende hij te goed, als hij dat nu zou doen zou hij het moment en de rest van de dag stuk hebben gegooid. Dat wilde hij niet, hij bleef bij wat hij dacht dat het een week gevoel moest zijn. Angstwekkend ja, maar ook met de vage belofte van een soort van ontspanning, de vage belofte van vertrouwdheid die hij deelde met 2 vrouwen. De van nature aanwezige alertheid had hij voor even opgegeven, het voelde goed, en dat was geheel nieuw voor hem. Hij wilde weten of die gevoelens ook konden voortduren, hij wilde weten hoe het zat met de vertrouwelijkheid die hij ervoer.
De meisjes wilden nog even blijven, zeiden ze, dat wilde hij evenzeer. Zij hadden een vraag aan ‘m gesteld, dan moet je daar op ingaan. Hij besloot opnieuw de Rubicon over te steken.
“Jongens, meisjes, ik moet zeggen jullie brengen mij van slag en dat verbaast me en het is een prestatie. Dat neemt niet weg dat de dag geworden is zoals ie is, en dat vind ik geheel jullie verdienste. Jullie willen weten wie ik ben, dat mag, maar zelf weet ik niet zo zeker wie ik ben, dus dat kan een moeilijk verhaal worden. Maar goed, het leven is gecompliceerd.” De kop was eraf, geen idee hoe het verder zou gaan, hij had geen script.
“Ja, hoe tikt mijn klok. Ik denk, in takt met die van de meeste mensen, ik loop niet voor, ik loop niet achter. Ik vermoed wel dat ik de tijdgeest goed aanvoel, maar daar heb je verder weinig aan, behalve dat je mogelijk een verandering wat eerder ziet aankomen, en zelfs dat is helemaal niet zeker; dat is helemaal niet zeker en je kan het beter snel vergeten want soms heb je het goed gezien en vaker niet, je wordt er geen zier wijzer van. De gedachte dat je de toekomst kunt voorspellen, of erger, de loop van de geschiedenis, is, hoewel aantrekkelijk, onzinnig. Ik zit behoorlijk in het hier en nu en kijk niet te ver naar voren, dat is wel oké voor mij. In het verleden blijven hangen, om welke reden ook, is niet handig, te vaak leidt het tot nare acties waar niemand blij van wordt. Nostalgie is goed als je op het strand in het zand zit, je in een behagelijke zon koesterend, en denkt aan je kindertijd toen je ouders je meenamen naar zee. Gelukkige tijden die nooit meer terugkomen, we zijn allang kind af.” Hier stopte hij, hij dacht aan zijn kindertijd, die hij gerust als gelukkig kon omschrijven, de omstandigheden waarin hij opgroeide waren zoals dat heet goed. Liefhebbende zorgzame ouders, een fijn huis waarin zij woonden, hij vond het fijn op school en leerde zonder inspanning, hij had leuke vriendjes die overigens in de loop van de jaren achter de horizon waren verdwenen. Niets bijzonders, zou je zeggen, waarom kwamen die herinneringen opeens in zijn bewustzijn? Omdat, zo realiseerde hij zich, zo’n jeugd wèl bijzonder was. In zijn kindertijd waren ouders vaak genoeg druk bezig met zichzelf en moesten de kinderen maar zien hoe ze zich redden. Wat overigens meestal goed ging, maar hij wist ook dat enkele van zijn vriendjes niet zo’n veilige thuishaven hadden als hij, hij was bij ze over de vloer geweest. Niet zo gewoon dus, zijn jeugd. Gepriviligeerd zou je vandaag de dag zeggen, maar op een andere manier dan het nu bedoeld wordt, met alle bijlessen en sportverenigingen en wat al niet waar ouders hun kinderen mee naartoe slepen, in de stellige vrees dat hun kinderen het daarzonder in de huidige maatschappij niet zullen redden dan wel de rest van hun leven op een houtje moeten bijten. Die angst is overigens al te reëel, er zijn inmiddels meer dalers dan stijgers op de maatschappelijke ladder, maar dat is een goed bewaard geheim. Althans, niet als het over de harde cijfers gaat, die zijn er al jaren, iedereen kan ze inzien, wèl als het gaat over beslissers die daar iets aan kunnen doen, een eerlijker verdeling van de lasten voor de burger, een eerlijker loon waar diezelfde burger fatsoenlijk van kan leven. Daarover praten beslissers helemaal niet graag, een procentje meer op het minimumloon, oké, het hele scheefgroeien in de maatschappij, de rijken almaar rijker, de middeninkomens die met het al jaren gelijkblijvende loon qua koopkracht alleen maar achteruit gaan, de minima die van hun inkomen niet rond kunnen komen, ze praten daar gewoon liever niet over, behalve op het detailniveau, zonder het grote verhaal te benoemen. Een geheim is een geheim, je praat er niet over. Terwijl, dat is toch echt een klassendingetje, je zou daar als politicus over moeten debatteren. Maar dat is een ander chapiter, dacht hij. Hij begon zich ongemakkelijk te voelen, zulke analyses verstoorden zijn zielerust, je schoot er ook niks mee op.
De meisjes hadden hem aandachtig aangehoord, het was niet precies wat ze wilden weten. Ze hielden zich stil en wachtten af wat Heiko verder zou vertellen.
“Kind af”, hernam hij, “zijn jullie kind af?” De meisjes reageerden enthousiast, “welnee! ook wij hebben een héél leuke kindertijd gehad, met strand en zee en al. We hadden elkaar, onze moeder was zorgzaam, onze vader weinig gezien maar dat went je weet niet beter. En toen we naar de volwassenheid gingen dachten we we wachten nog even waarom nu al de zware last van verantwoordelijkheid nemen en verantwoording afleggen? Ons niet gezien, wij blijven nog even kind. Zo gezegd zo gedaan, en hier zitten we dan, beter kunnen we het niet hebben.” Ze keken ‘m nog net niet triomfantelijk aan, maar het zat er dichtbij. “Maar jullie hebben toch gewoon werk, jullie werken hard, dat is toch gewoon een bestaan van mensen die zich met succes door het leven slaan?”
“Succes hebben we, dat is waar, en we trainen keihard, ook waar, maar verder leven we betrekkelijk zorgeloos en maken ons niet druk, behalve als we naar een première toewerken, dan zijn we angsthazen, zal dat allemaal goed gaan, maar ook dat gaat over, en dan zitten we lekker weer in het hier en nu en dat bevalt ons prima. Maar even iets anders; krijg jij nou geen wroeging als je iemand die bij jou langskomt voor een lening een geweldige poot uitdraait? Jij laat andere mensen voor je werken, ze betalen jou rente als we het goed begrijpen, ze werken dus voor jou, vind je dat niet raar? Dan kan je wel zeggen dat het gèld voor jou werkt, dat is vast waar, maar je moet het wel hebben voordat je het uit kunt lenen. En dan, je leent het uit en kunt vervolgens in alle gemoedsrust gaan zitten wachten op de rente en de terugbetaling van de lening. Krijg je dan geen last van je geweten? Als het ware? Niks doen en het geld komt met bakken binnen? Kortom, wat we willen weten, wat voor vlees hebben we nu in de kuip? Als het ware.”
Daar heb je het, dacht hij, daar ging hij getackeld worden over z’n werk, over zijn luxepositie, zo voelde het, hij moest zich verweren, tegenover twee meisjes van de revue hoe leuk ze ook waren, en hij had er helemaal geen zin in zich te verantwoorden, voor; ja, voor wat? Hij was toch geen crimineel? Maar de meisjes waren aardig, oprecht in ‘m geinteresseerd zo leek het hem, wat nu?
De Rubicon. Hij ging de Rubicon vaak oversteken, dat voelde hij, en het wende, dat gevoel van een stap in de duisternis zetten, in zekere angst en vrees, in de stille verwachting dat hij een nieuw hem onbekend terrein ging betreden, een beetje spannend wellicht. Ja, dat was het, hij was met zacht geweld over een drempel geduwd, nu moest hij op de been blijven.
“Over de economie gaan we het niet hebben, het is saai, economische modellen worden vooral gebouwd om niet-economen tonnen zand in de ogen te strooien, wat overigens prima lukt want hoe gecompliceerder de modellen hoe sneller de niet ingewijde afhaakt des te hoger de status van de econoom en hij maakt zijn opdrachtgever blij, waar hij op zijn beurt blij van wordt.” “Win-win!”, riepen de meisjes in koor, “we wilden je niet onderbreken.” “Misschien, ja, maar de economie zegt wel iets over ruil, en dan bedoelen ze niet ruil van kraaltjes tegen zieltjes maar de oorspronkelijke betekenis van ruil: ik heb iets dat jij niet hebt, en jij hebt iets dat ik niet heb. Zullen we ruilen? Gelijk oversteken graag! De problemen ontstaan als de een iets meer heeft van iets dat de ander dolgraag wil hebben.” Enige aarzeling, “nee zo klopt het niet, het is anders.” “Maakt niet uit, we zijn een en al oor, leg ons het kapitalisme uit, want dat is het toch? Economie is toch de wetenschap van de kapitalisten?” Hij zweeg een poos, dat klopte niet, ook socialisten maken gebruik van economische redeneringen om aan te tonen dat arbeiders onder het juk van kapitalisten doorgaan, en dat klopt op zichzelf genomen, en de ware kapitalisten worden nog steeds rijker, waar. Alleen is kapitalisme niet langer uitbuiting onder de dwang van de knoet, zoals vroeger onder tsaren en kolonialisten. Het moderne kapitalisme in het westen hanteert het simpele systeem van verslaving; meer geld maakt de zucht naar nog meer geld slechts groter, dat is het mechaniek dat bij de zeer rijken der aarde het mechaniek van de graaiverslaving maximaliseert, naast de onstilbare honger naar nog meer macht, wat ook een verslaving is. Verslaving is heden ten dage het dominante mechanisme waarmee de ware kapitalist geld slaat uit zijn klanten. Waarbij de ware kapitalist
Wéér de Rubicon over!, de woorden hingen als een mantra in zijn bewustzijn, ze belemmerden ‘m te reflecteren, zich bloot te geven aan zijn kritische ik en de meisjes, af te dalen naar de diepere zieleroerselen die onafgebroken borrelden zoals een suddervlees op een laag vuur. Die zieleroerselen kende hij weliswaar zo ongeveer wel, maar hij hield ze tevens zorgvuldig flink op afstand. Te zeer de rust verstorend, te angstig makend de keren dat hij half halfslachtig een paar schreden op het glibberige pad van de introspectie had gezet. En met moeite ervan was weergekeerd. Nog zwaarder waren de stappen terug naar de waan van de dag. Maar deze keer was het anders, hij voelde niet de drang, de verplichting tot een pijnlijk zelfonderzoek, tot een raken aan pijnlijke verlangens met de eraan hangende dreiging van straf, straf waarvoor? Er was voor dit moment ook niet echt de angst voor verlies van het zelf, al zat het er dicht bij.
“Ik begin even opnieuw. Wat is het precies, dat jullie willen weten? Wat willen jullie weten, waar zoeken jullie naar?” Hij nam een slok water, wachtte, er was een zekere rust over ‘m neergedaald, de kramp in zijn geest nam af. “Nee nee Heiko, we zoeken nergens naar, althans niet op dit moment, nee, we zijn gewoon geïnteresseerd in jou, in hoe jij in het leven staat, in hoe je je verhoudt tot andere mensen, de politiek; ben je tevreden met het leven dat je leidt? Vandaag wel, dunkt ons. Maar verder? Als je je leven verder leidt zoals je het nu doet, zou je daar tevreden mee zijn, blijven? Wij zijn altijd nieuwsgierig naar hoe andere mensen leven, hoe ze in het leven staan, wat hun wensen zijn, wat ze begeren. Nieuwsgierigheid is wel onze drijfveer, naast leuk dansen natuurlijk.” Hier lachten ze besmuikt, alsof ook voor hen de grap niet helemaal passend was. “Maar voor goed dansen moet je hard werken, voor nieuwsgierig zijn niet haha!” “Nieuwsgierigheid kost geen inspanning, proberen te begrijpen wat je met je nieuwsgierige blik allemaal aan kennis vergaart is daarentegen zeer inspannend. Je moet er ook lol in hebben, in het bijeen harken van kennis en die kennis inzetten voor een beter begrip van hoe de wereld draait zoals ie draait en overigens kom je er al gauw achter dat het een rijkelijk te hoog gegrepen ambitie is, begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt. Maar; meer begrijpen leidt wel tot meer inzicht, en tot meer bescheidenheid als het over je eigen ambities gaat om alles maar te willen begrijpen, dat als je maar hard genoeg studeert en hard genoeg nadenkt het grote begrip jou geopenbaard wordt. Want zo werkt het niet; het menselijke streven naar absolute kennis zakt zogezegd in het zwarte gat van het intellect weg, alle onvolkomen kennis onttrekt zich uiteindelijk aan consequent doorredeneren, de menselijke denkkracht komt tekort, alle inspanning verdwijnt in het zwarte gat van de vertwijfeling en pas dan erken je de onvolkomen dimensies van het menselijk brein, absolute kennis blijft een onbereikbaar ideaal. Het helpt als dit inzicht jou slaat, het zorgt ervoor dat je iets minder fieberhaft achter al die hooggegrepen idealen aanjaagt.” “Het geeft rust, snappen we, zielerust wellicht, begrijpen we ook, heel fijn als je er over beschikt. Maar even terug naar onze vraag; wat interesseert jou nou echt? Waar loop je warm voor, waar word je blij van? Je bootje en het zeilen, dat zien we wel, zijn belangrijk voor jou. Maar andere zaken, meer serieuze zaken? Jij valt toch niet elke avond thuiskomend van je werk in jubelstemming plat op de bank vanwege wéér zo’n prachtige werkdag, dankbaar dat het allemaal goed is gegaan? Ja we weten er zijn mensen die heel blij worden van geld verdienen, we kennen ze, wij denken jij bent niet zo’n tiep, nee toch? Of wel?” Heiko zakte weg, natuurlijk was hij wèl een geldschepper, hij was er zelfs succesvol in, maar dat het ‘m inspanning kostte, nee. Dat het ‘m wat deed dat hij in het geldscheppen succesvol was, ja, maar het was niet een hoogste streven, hij was er gewoon goed in, en het ging ‘m makkelijk af. Een mazzelkont was ie, waar. Waar ging het ‘m dan om, in het leven? Huisje boompje beestje; geen beestje. Geen maatje partner grote liefde kameraad om samen mee de wijde wereld in te trekken, of thuis knus mee op de bank te zitten, for that matter. Hij had alles, alles onder handbereik, en tegelijkertijd had ie niks, de eenzaamheid die hij zo manmoedig trachtte ver van zich te houden kleefde hem aan, de angst en schaamte dat anderen het aan ‘m afzagen was immens. Daarom stak hij zoveel energie in het neerzetten van het type van de easy-going-man, de man van de wereld die je niets wijs kon maken. En ook daar was hij succesvol in, zijn vrienden en kennissen slikten het voor zoete koek. Zo niet de twee meisjes.
Waar waren die twee toch naar op zoek? Niet naar een praatje pot, daarvoor was de wijze waarop ze het gesprek met ‘m voerden veel te serieus, te persoonlijk, te direct. Te aardig, dacht hij, ze waren veel te aardig om zich in onbenulligheden te verliezen, ze deden moeite voor ‘m. Hij kreeg een brok in de keel, “ja ja, waar was ik”, en hij vertelde van zijn gedachten, sprak ze uit, en daar werden de meisjes op hun beurt stil van.
Zo zaten ze zwijgend met z’n drieën in de kuip, de lauwwarme lucht omhulde hen. Een bouwlamp verderop verspreidde een vaal licht waarin de steigers en masten scherp afstaken, alles in tinten zwart het water en de contouren van de kant en de stijgers, en glanzend aluminium van de tegen de lucht afstekende masten. In de donkere hemel was geen ster te zien, lichtvervuiling dachten ze, de zon was al een paar uur onder.
Het zwijgen had iets louterends, dacht Heiko. Een pas op de plaats, even de gedachten en emoties tot rust laten komen. Het was nieuw voor hem, zo pardoes iets van zichzelf bloot geven, een risico nemen dat hij in zijn beroepsleven nooit zou hebben genomen, te groot de kans op verlies, op besodemieterd te worden door een gladjanus die wel raad weet met confidenties die ‘m ongevraagd in de schoot worden geworpen. Hij had er ervaring mee, hij had het afgeleerd.
En nu dit. En hij bedacht dat de loutering niet zozeer door het stoppen van de gedachten optrad als wel door de afwezigheid van de angst. Als je je blootgeeft loop je de kans gezandstraald te worden, of erger. Kwetsbaarheid tonen of ongewild kwetsbaar zijn roept bij veel mensen een instinctieve reactie op van misbruik maken van de gelegenheid, van straffeloos de kwetsbare te grazen nemen. Pesten, sarren, opjagen, afranselen, het zijn uitwassen die je overal in de maatschappij tegen komt, op straat, scholen, op het werk, in het parlement, en niemand die er nog van opkijkt, met z’n allen raken we afgestompt, de eelt op de ziel wordt dikker en dikker. Dat was niet wat Heiko wilde, maar het gebeurde, en hij wist niet wat hij ertegen kon doen. Ja, zo’n zeiltochtje als vanavond, gaan voor het eigen plezier en egoïstisch handelen, nou ja, dit maal had hij het plezier met 2 meisjes gedeeld, dat wel. “Samen dingen doen is echt beter”, hernam hij, “angst is een afschuwelijke stoorzender, het rooft zo veel plezier in het leven, en het hoeft niet de hele dag feest te zijn, asjeblieft niet, maar minder angst in het dagelijks leven zou echt heel goed zijn. Zowel voor de maatschappij als voor de mens in relatie tot de mens.” Dominee, hij sprak als een dominee, dat wilde hij niet. Hij wilde de angst er onder houden, en het lukte niet. Hij kreeg weer een warme kop, angst knaagde opnieuw aan z’n ziel, de loutering was in het gat van de zwarte hemel verdwenen.
“Zeg Heiko, je doet je voor als een bon vivant, maar eigenlijk ben je een tobber, begrijpen we dat goed? Kom, we moeten het leven niet zo zwaar maken, dan wordt de last ondragelijk en daar schiet niemand wat mee op. Wat zou je willen, nu? En kunnen we je daarbij helpen? Of ben je echt iemand van alles zelf doen, vooràl geen afhankelijkheid en zo verder? We kunnen rustig nog even blijven en verder praten, de nacht is zoel, een zeldzaamheid en daar moeten we gebruik van maken dacht ik zo. En misschien is een beetje alcohol niet zo gek, het maakt de ziel zachter, je bent minder op je qui vive, en het maakt de tongen losser, althans zo ervaren wij dat. Heb je nog wat wijn wellicht? Ohh, maar we moeten ook nog netjes thuiskomen straks, wie is de bob?” “Ik houd het bij water”, zei Ander, “geen probleem, we kunnen nog even door, ik ontnuchter intussen wel en als Heiko er geen bezwaar tegen heeft om mij als we opbreken de sleutels van zijn auto te geven dan is dat geregeld.” Heiko knikte, natuurlijk geen bezwaar. “Dan ehh, zoek ik nog een flesje Heiko? In het kastje links?” Een was al op weg naar het kastje, opende het deurtje en vond er warempel nog een mooie koele Riesling, “is dat een verrassing!, mijn lievelings witte wijn, ach Heiko, je legt ons in de watten en we kunnen het waarderen! Jij ook een glaasje?” Heiko knikte en hield zijn glas bij. Hij kende de wijn, die was zeker niet verkeerd. “Dus de dames willen nog even van de zeldzame avond genieten? Eens!, laten we blijven en verder kletsen.” Een zekere roekeloosheid maakte zich van hem meester, het was zo’n uitzonderlijke avond, hij had morgen niks omhanden, wat kon het hem bommen als ie nog wat bleef? Zo, met de 2 meiden en het weer het water het bootje de wijn en al z’n leven een stukje brood en kaas, wat wil je nog meer? Hij onderzocht de picnicmand, ach ja, Annette had zich over hem ontfermd, het ontbrak aan niets. Lieve Annette!, dacht hij, maar hij had geen tijd daar verder bij stil te staan, hij moest kletsen met de meiden en dat kletsen ging hij nu leren, bedacht hij, zo vreeswekkend het was. Maar zonder geluk vaart niemand wel, dus “op jullie gezondheid en welzijn en geluk, moge Buddha ons op onze reis begeleiden.” Hij klonk met Een tegen het glas, met Ander het waterflesje, ze keken elkaar blij aan en voelden ‘het is goed zo’. “Wat een nacht, wat een nacht”, zei Heiko, “zo zeldzaam, dat maakte je vroeger eigenlijk nooit mee, tegenwoordig toch wat vaker, maar het blijft een cadootje, en we houden het nog even ingepakt.” “Ingepakt? Wij pakken cadootjes altijd uit, wij willen weten wat de gulle gever ons schenkt, niets leuker dan cadootjes uitpakken. Zeg eens Heiko, wie is onze gulle gever vannacht?” “Dat is moedertje natuur natuurlijk”, antwoordde hij, zij is er verantwoordelijk voor dat het nu nog zo prachtig lauwwarm is.” “En alle afgefakkelde olie en steenkolen, wat dacht je daarvan? Die zorgen er ook voor dat de lucht een tikkie warmer is. Dat is dan wel weer het voordeel van klimaatverandering hiero. Daaro zijn de gevolgen aanmerkelijk minder florissant, schijnt het.” Daar zat Heiko weer in zak en as. De lange lijnen van de klimaatontwikkelingen en analyse van alle factoren die hebben bijgedragen aan de toename van de CO2 uitstoot, alles in gang gehouden om de grote oliemaatschappijen nog grotere winsten te laten maken, alle ontwikkelingen zonder enige gêne nog extra aangejaagd door de CEO’s en aandeelhouders wier cynisme geen grenzen kent. Na ons de zondvloed is hun credo, en die kan je niet letterlijk genoeg nemen. Woede ontbrandde in Heiko’s borstkas. Hij, in feite een profiteur van dit misantrope handelen van niet eens zó veel mannen, niet heel veel mannen hebben echte macht, had zich er in het verleden altijd een beetje uitgedraaid, hij had zich in een discussie als een susser gedragen, het viel toch allemaal wel mee, en wat kon de mens als individu er aan doen? Een apologeet was ie, hij walgde van zichzelf, als je consequent doordacht kon je niet anders dan concluderen dat de mensheid er een kolerezooi van maakte, met z’n allen draaiden ze de aarde in de soep. Geen respect voor de natuur, geen respect voor de medemens die nog steeds door de machthebbers in de eerste plaats als uit te buiten materiaal wordt gezien, ze zijn rijkelijk voorhanden, groepen uit te buiten medeburgers te kust en te keur dus grijp je kans, het VOC-verdienmodel wordt nog altijd gewetenloos in praktijk gebracht. En iedereen compromitteert zich aan deze praktijken, niemand wil inleveren, niemand wil delen lijkt het wel, het is ieder voor zich en god voor ons allen, waarbij de ene god de andere niet is. Een klerezooi en iedereen staat er bij en kijkt ernaar. En doet niets, verlamd door de angst iets te verliezen. Maar verliezen worden al jaren ingeboekt, een sluipend proces van wij-zij denken wordt op de spits gedreven en omgezet in politiek beleid, wereldwijd. Het gebeurt, want de mensen die het niet voor het zeggen hebben zijn niet machtig en als je geen macht hebt valt er niks af te dwingen, en als je bovendien je medemenselijkheid kwijtraakt ben je pas echt een verliezer. En een revolutie komt er niet meer, niet van deze tijd. De machteloze mens tegenover die paar tycoons, hedgefondsen, dictators kleptocraten met hun meelopers medeprofiteurs, hij, Heiko houdt zich gedeisd en hoopt dat het overwaait.
“Weet je wat het is, we kunnen wel de hele tijd mooi weer spelen, als je het wat breder hebt is dat echt geen moeite, maar dat knagende gevoel, dat het niet klopt, zoals de wereld nu marcheert, dat raak je niet kwijt. Met het klimaat gaat het echt de verkeerde kant op, dat is voor iedereen die getallen kan lezen volkomen duidelijk. Je weet, er moet iets gebeuren, wil hier niet een catastrofe voor tweederde van de mensheid gemaakt worden. Er zit ook een eigenbelang in het besef dat er iets moet gebeuren, maar daar denkt de politiek aan tegemoed te kunnen komen door de grenzen dicht te gooien. Muren worden opgetrokken, de symboliek is niet te missen. Succes bij het kiezersvolk is verzekerd maar laten we het niet over de politiek hebben, dan ga je je pas echt machteloos voelen. Maar ik ben het met jullie eens, er moet wat gebeuren.” “Als we je zo horen, horen we dan ook boosheid? Ben je boos op jezelf? Daar kunnen we wel voor een stukje in meegaan hoor, niet helemaal, we staan anders in het leven dan jij, maar die boosheid over de trein die niet gestopt kan worden, lijkt het wel, terwijl die trein op een niet te bedwingen muur afdendert, die herkennen we heel goed, dat hebben wij ook, maar wat doe je eraan? Heb jij een oplossing?” Daar gebeurde het, daar kwam de opluchting, de gevreesde confrontatie bleef weg, of was ie gewoon bang voor iets waar hij in het dagelijkse leven permanent beducht voor was, en dat nu, heel gewoon, niet aanwezig was? Omdat die 2 meiden er niet op uit waren om ‘m de maat te nemen? Voortdurend gewogen worden, hoe succesvol ben je? Hij merkte, er is op dit moment, in zijn geliefde bootje, even geen stress, dat hij overigens naar hij meende heel behoorlijk in de hand had. Het gevoel van je voortdurend te moeten bewijzen was er even niet, de meiden namen hem zoals hij was. Hij zag de reclameborden voor zich: Nieuw nieuw nieuw! Geen stress! Geen mislukkingen! Geen risico op jammeren over aangedaan onrecht! Neem 2 meisjes van de revue, succes verzekerd! Wat natuurlijk onzin was, een doorgeslagen fantasie. Maar hij voelde zich wel in een andere wereld, en dat voelde goed. “Even een oplossing presenteren voor zo’n immens probleem, daar vraag je me echt te veel. Maar je ontkomt er niet aan, als je de omvang van de vraagstelling eenmaal voor ogen hebt, om na te denken hoe gaan we dat oplossen, wat is de goede aanpak om het monster te temmen? En dan denk je toch in de eerste plaats aan de overheid. Die is er voor alle burgers. De overheid zou moeten bepalen wat goed is voor de mensen in het land, maar op een of andere manier lijkt dat er niet van te komen, lijken ze te veel hun oren te laten hangen naar de luimen van het grootkapitaal. Over de ondermijnende invloed van de populisten zal ik het niet hebben, ik wil het er niet over hebben, dat is een apart hoofdstuk in het debat en als je het mij vraagt moet je met populisten gewoon op de vuist gaan, ze op hun bek slaan. Sorry, dat had ik niet moeten zeggen. Maar agressie laat zich niet temmen met louter begrip. Met onbegrip overigens al helemaal niet. Maar dit terzijde.
Die overheid van ons is een twijfelkont. Ze luisteren naar wat de handel en de boeren en de industrie te melden hebben, over werkgelegenheid en verdienvermogen en export, en ze kijken naar wat de EU aan regelgeving allemaal verzonnen heeft en in hoeverre dat het eigenbelang van de natiestaatNederland belemmert en in de weg zit. En aangezien ons land een polderland is zullen de regering en de 2e kamer en het ambtenarenapparaat bij de minste druk, uitgeoefend door deze spelers of één van hen, inknikken. Over lobbyisten en hun desastreuze invloed gaan we het al helemaal niet hebben, dat is een gajes zonder weerga.” “Maar Heiko, dat gebeurt toch overal in de wereld, de overheden bezwijken onder de druk van machtige organisaties of personen, of het nou criminelen zijn of autofabrikanten of kleptocraten die hun verdienmodel in de lucht willen houden, wie is er eigenlijk niet crimineel als je deze gasten op een rijtje zet?, en laten we de drugshandelaren en -producenten niet vergeten. Democratische en schijndemocratische overheden zijn gewoon niet opgewassen tegen het geweld dat deze bendes op regeringen en autocraten loslaten. Dan is de democratie een non issue, een niet relevant iets. Want zo is het toch? Of zien we het verkeerd?” De meisjes raakten al pratend in een hogere versnelling, het was duidelijk dat het ze hoog zat, dat polderen en de kool en de geit sparen, ze hadden er over nagedacht en wilden
“Ja ja, ik hoor jullie, als je het zo bekijkt zou je de politiek in moeten gaan, daar is de plek om invloed te nemen. Maar wie wil dat nou? Je moet wel geweldig idealistisch ingesteld zijn om je nek in de strop te steken of je hoofd op het hakblok te leggen, het is lood om oud ijzer en je komt van een kouwe kermis thuis, als je nog thuiskomt. Nee, de politiek, daar brand ik m’n handen niet aan, dat mogen anderen doen. Is het niets voor jullie? Als duo baan? Jullie kunnen makkelijk door de deur van de 2e kamer als één persoon, geen hond die jullie uit elkaar houdt. Nou ja, een hond misschien nog wel. Dan nemen jullie ieder de helft van een zetel, als één persoon, voor één heel salaris, wat niet slecht is, en omdat het dan een deeltijdbaan is kunnen jullie gewoon blijven dansen. Het vergt een strakke planning en organisatie, daar kan ik jullie bij helpen. En een partijprogram in mekaar timmeren, dat is een peuleschil, het gaat erom dat je een paar catchy onderwerpen neemt die je verpakt in een paar pakkende slogans en klaar is kees.” “Jaja, we gaan een partijprogram schrijven!, effe brainstormen! Wat dacht je van de naam, heb je al een naam? Partij voor De Democratie, PDD”, “NOS”, vulde Ander aan, “stem op ons, stem op PDD-NOS!, een catchy naam, daar trek je de aandacht mee. Of, uhh, wat dacht je van, ehh, Wij Staan Pal voor de Democratie, WSPD!, stem mee met de WSPD en met de andere partijen weg ermee! Nee, is een beetje verwarrend, het laatste, dat is niks.” “Wat dachten jullie van, uhh, Houd Iedereen Gewoon Gezond, HIGG! Hm hm hm, stem op HIGG, nee daar kom ik niet uit, en het staat geloof ik voor sustainability, het is al een bekende afkorting. En het is partijloos, sustainability, iedereen zou er aan mee moeten doen. Dus nee. Heb jij nog ideeën Heiko?” “Wat dacht je van SDAP? De Sociaal Democratische Arbeiders Partij! Die bestond al, kan je meteen het oude beginselprogram overnemen. En het maakt duidelijk voor wie je je in het leven hebt geroepen, de arbeiders!, de werkenden in het land, dat trekt meteen kiezers bij rechts weg, die roepen ook dat ze er voor de werkenden zijn maar niet heus.” “De Maar Niet Heus Partij!, de partij die de leugenaars te kijk zet, op het schavot ermee! Dat vind ik wel wat, zo krijg je de mensen op de barricades en doe je de revolutie ontvlammen. En wat er dan komt! Ha!, de Partij van de Revolutie, als je het met de beginselen van de partij eens bent dan kan je niet anders dan de revolutie ondersteunen en als de massa van revolutionairen groot genoeg is, is de revolutie een feit. We hebben verandering nodig! Vinden jullie niet?” De rest van het gezelschap keek sceptisch, maar ze waardeerden het enthousiasme van Een en wilden de energie die ermee gepaard ging beslist niet temperen, dus ze riepen luidkeels “jaja!, verandering is nodig! Dat moet de basis van het program worden! Dat hebben we alvast te pakken!” Iedereen umschwärmte de verandering, de eensgezindheid was totaal. Verandering was dus wel het thema voor de nieuw op te richten partij. Maar hoe nou dat in te vullen? Hoe het body te geven? Heiko nam het voortouw, “als we het erover eens zijn dat verandering moet plaatsvinden, dan moeten we nu gaan nadenken over de vraag hoe we verandering gaan invullen. Wat verstaan we onder verandering?, welke veranderingen staan we vóór? Wat zijn de voorwaarden wil verandering gaan plaatsvinden?” “Hoho, niet van die deftige taal!, we zijn een volkspartij we moeten de mensen niet afschrikken met ingewikkelde redeneringen, dat werkt averechts. We moeten het simpel houden, de kiezers houden van klip en klaar, ze zitten niet te wachten op moeilijke boodschappen, ze willen recht voor z’n raap.” “Jaja, zoals wie allochtoon is is geen Nederlander. Nogal wiedes, als allochtoon wil je toch helemaal geen Nederlander worden? Waarom zou je? Van wie moet je Nederlander worden?” “Goede vraag, niet van de populisten, die willen zelfs de Friezen het land uitflikkeren en naar de Limburgers kijken ze ook met een schuin oog en Zeeuws Vlaanderen is ook zo een dingetje. Eigenlijk willen de populisten een kleiner Nederland, alles wat geld kost eraf snijden, inclusief familieleden die het niet met hen eens zijn. Wisten jullie dat er onder families van populisten sláánde ruzies plaatsvinden? De één wil niet meer praten met de ander, er worden straatverboden opgelegd onterfd heel erg allemaal.” “Nee nee nee, dat is niet de goede lijn, we gaan niet hakken op de populisten, dat werkt niet dat is allang bewezen en daarbij, je moet nooit met ze in debat gaan, want in een debat legitimeer je het onderwerp dat de populist roeptoetert het gaat altijd met groot kabaal. Nooit in debat gaan met populisten.” “Eens, eens dat is dan alvast stelregel 1 van onze nieuwe partij. Maar we gaan het nu niet over de strategie hebben, dat komt later. Eerst de beginselen; wat is het belangrijkste in het leven?” “De auto!, geintje! Wat is belangrijk? Daar moeten we even goed over nadenken.” Ze namen een adempauze, staarden in de verte, namen een slok, ze lieten hun gedachten de vrije loop, “uhh, ik moet geloof ik heel erg piesen, je hebt niet toevallig een plee’tje hier?” Een vroeg het tussen neus en lippen, “ik heb hier een emmer maar ik kan ook met je meelopen naar het washok en je er in laten, tags en zo, het is er schoon.” “De emmer volstaat, doe ik het effe achter de mast?” Een zette zich voor de mast op het emmertje en keek naar het zwart glanzende water. Twintig meter verderop zag ze onder een stijger beweging. Waterhoentjes scharrelden rond de stijgerpalen en doken regelmatig onder water zonder een rimpel in het wateroppervlak te maken.
midden in de nacht
het leven gaat door
Toen ze klaar was kieperde ze haar plas voorzichtig over de rand, “ik geloof dat ik ook even moet”, zei Ander en liep naar voren voor de mast en zette zich neer, alles ging op een vanzelfsprekende manier, alsof ze niet anders gewend waren. “Moet jij ook een plas doen, Heiko? Dan hebben we even een plaspauze gehouden. Klinkt dat naar werk of klinkt dat naar werk?” De zingzangtoon waarmee de opmerking werd gemaakt onderstreepte de ontstannen sfeer die geheel in lijn lag met het vrolijke dagje uit. Of het nou door de warmte kwam, weldadig voor de spieren en het gemoed, of door het aftastend ontdekken dat zij gedrieën het over een aantal zaken behoorlijk eens waren en er blijkbaar genoeg vertrouwen was om persoonlijke meningen naar elkaar toe uit te spreken, ze wisten het niet, en op dit moment wilden ze het ook niet weten, er waren belangrijker dingen aan de orde. Zoals de beginselen van de nieuwe partij. “Waar stáán we voor? Dat is de vraag die we moeten beantwoorden. Wat is belangrijk?” “Symboolpolitiek, dàt is belangrijk!, zeggen de populisten, of nee, ze zeggen het niet, ze doen er aan. Maar concentreren we ons op de kernvraag: waar staan we voor, wat is voor ons belangrijk in het leven?” Weer was het stil, er werd diep nagedacht. “Een huis, een dak boven je hoofd, een huis waar je je prettig in voelt, waar het niet tocht en niet lekt, met buren die je om een kopje suiker kunt vragen haha, en groen rondom. Dat is heel belangrijk.” “Ja, eens, daarover zijn we het eens. We gaan het nog niet invullen, want dan raken we verzeild bij lobbyend bouwend Nederland die heel wat anders wil bouwen dan nodig is. Die moeten gewoon op de maan gaan bouwen, daar zijn geen beperkingen en wel genoeg kapitaalkrachtige investeerders die ook wel eens iets speciaals willen. Dus we hebben het even niet over hoe, maar over dàt.” “Ja, maar, dàt willen toch àlle partijen? Waarin zit dan het onderscheidende?” Het was duidelijk, dit ging een zware sessie worden. Terwijl het toch bekend was dat een brainstorm niet te lang moest duren, de beste ideeën zitten aan het begin, de rest van de tijd wordt besteed aan het de moed er in houden. Maar toch, “misschien moeten we toch wat zeggen over wàt voor soort huizen we vooral nodig hebben. Wonen is een elementaire levensbehoefte en het is geloof ik een mensenrecht. In ieder geval vind ik dat”, “natuurlijk is dat zo, maar zoals zo gemakkelijk in de politiek wordt geredeneerd: waar niet is verliest de keizer zijn recht.” “Een keizer heeft zijn paleis, een jonge woningzoekende is geen keizer. Het gaat natuurlijk om betaalbare woningen. Voor starters vooral, daar is de nood het hoogst, èn, niet onbelangrijk, het is de bevolkingsgroep die je aan je wilt binden, want jong op jou gestemd is oud gedaan. We moeten wel aan klantenbinding doen.” Dat begon alweer een beetje ongemakkelijk te worden. “Klantenbinding klinkt erg naar reclame, dat willen we toch niet? Voor je het weet gaan ze je van alles aansmeren dat je helemaal niet nodig hebt, en dan zit je met een berg nodeloze troep en daar kijk je dan naar en daar word je dan heel verdrietig van. Nee, geen reclame, het program moet het doen, het moet aanspreken, het moet de kiezer pakken, beter nog, bij de kladden grijpen! Inkomen is ook belangrijk, voor de jongeren vooral, die moeten van het geld dat ze verdienen kunnen leven, wonen en eten. Dat betekent het minimumloon omhoog! En niet de belastingen voor de veelverdieners omlaag. Dat is een gemakkelijke boodschap, daar winnen we veel kiezers mee en er zijn genoeg partijen die het ermee eens zijn, potentiële coalitiepartners zeg maar.” “Maar die veelverdieners willen helemaal niet naar minder, ja, wel als het over allochtonen gaat, maar hun eigen inkomen, nee. En nou snap ik dat je als je gewoon hard werkt daarvoor beloond wil worden, maar als je daarmee 10 keer zo veel verdient als een ander die ook gewoon hard werkt en z’n vak verstaat, dan zijn wat mij betreft de verhoudingen behoorlijk van god los.” “Wat we vooral niet moeten roepen is ‘inkomensnivellering!’, dat klinkt zo naar misgunnen, nee, we gaan een actie starten ‘wat vinden wij als werkende burgers een fatsoenlijk loon voor een bepaald soort werk.’ En dan gaan we dat inventariseren. Ik ben benieuwd hoe zo’n plaatje van gedacht serieus inkomen voor allerlei soorten van werk er uitziet. En dan denk ik dat er niet zo heel veel mensen zullen zijn die vinden dat een inkomen van enkele tonnen een reële vergoeding is voor een geleverde inspanning. Je kunt je ook afvragen wat moet zo’n grootverdiener met al dat geld? Mee z’n graf innemen? Echt? En vererven aan je kinderen leidt ook alleen maar tot het kweken van burgers die niet weten hoe ze op eigen benen moeten staan. Of is dit de kift? Nou ja, meer belasting innen bij de grootverdieners is onderwerp nummer 1, zij gaan bij een hogere belastingafdracht echt geen droge boterham minder eten, en een onderzoek naar wat de burger onder een fatsoenlijk inkomen verstaat zou wel eens heel verrassende resultaten kunnen opleveren. Die je dan kunt bespreken met het bedrijfsleven. Of nee, die vinden dat ze al te veel aan salariskosten kwijt zijn. Niet meteen met de mannen met de knoet in één bed gaan liggen, dat levert alleen maar ellende op. Goed, daar zijn we nog niet uit, en misschien is het gewoon veel simpeler om grootverdieners meer belasting te laten betalen. Afijn, vermoedelijk toch niet zo simpel, maar wat ik ook wel bijzonder vind: hoe kan het dat maar zo’n 2 – 3 % van de bevolking hele maatschappijen naar zijn pijpen laat dansen? Hoe kan dat en hoe gaan we dat tackelen?” “Dat is een punt, die rijke luizen gijzelen landen en burgers, ze beïnvloeden al jaren ongegeneerd regeringen om belastingvrijstellingen te verkrijgen, en dat lukt ze, en wat bieden ze in ruil aan de ministers premiers presidenten? Een commissariaat, op termijn, een toertje in de privéjet van de mogul, of een tochtje op de Middellandse Zee op een protsbootje, wat overigens nog wel ’s scheef loopt, in ieder geval de belofte in de glans te staan van die extreem succesvolle zakenlieden, ze een hand geven en wat niet al, goede smaak is niet voor iedereen weggelegd. Een moreel kompas ook niet, daarvoor moet je zoeken, en wel op de juiste plaats. Dus de vraag; hoe gaan we die tackelen?” “De ballen afsnijden! Moet je eens zien wat voor effecten zo’n ingreep heeft! Daar is veel onderzoek naar gedaan, de agressie zakt geweldig!, en in de harems kunnen we ook zien dat gecastreerde mannen zich waarlijk lieftallig gedragen naar de vrouwen. Het is werkelijk win-win! Een simpele oplossing, mogelijk moet je bij de eerste ballenafsnijsessie enig geweld gebruiken, maar we weten: als het eerste schaap over de dam is!” Dat lieten de anderen maar even langs zich heengaan, geen serieuze optie en je sprak hooguit een kwart van je potentiële kiezers aan, en driekwart niet. Nee, te risicovol. Hoe dan? “We moeten de meelopers-adviseurs tackelen! Al die gasten die het ongegeneerde jatten uit staatskassen en portemonnaies van de burgers faciliteren, die helpen bij het in elkaar draaien van die krankzinnig ingewikkelde juridische gedrochten van wetten die slechts ten doel hebben rechters en internationale hoven volledig te ontregelen. Niet even zeggen dat is niet zo. Het is wel zo! En dan hebben we het over de juridica, wat dacht je van de tak van sport die belastingadviseurs bedrijven? Met slechts één doel, geen belasting betalen en als, ach een snippertje. Terwijl je voor een faire wedstrijd twee doelen nodig hebt. Dat is het perverse van de moderne geldschraper grote stijl, die heeft allang niks meer met fairness, dat is alleen maar zwakte tonen en als je zwakte toont word je daar genadeloos op afgestraft. Wat even pervers is. We zien het ook bij de moderne superhelden die geen zwakte tonen want zwak maakt kwetsbaar en is ondermijnend voor je imago. Daarentegen je louter op je successen laten voorstaan is toppie, en het appelleert aan de behoefte van veel mensen die kampioenen prachtig vinden en zelf ook kampioen willen worden, vooral de kleintjes. Iedereen sterk, iedereen kampioen! Maar als je het aantal kampioenen telt, blijven er veel niet-kampioenen over, zeg 99%. Een modern sprookje met een enorme zeggingskracht, maar ja, het blijft wel een sprookje en het wordt er met geweld ingehamerd. Maar dit terzijde.”
“Even bij de tijd blijven! We kunnen niet alles tackelen, dat gaat niet, dan verwatert het hele verhaal, onze boodschap komt niet meer over. Dat moeten we niet doen. Dus terug naar de kern; we hebben betaalbare woningen, een inkomen waar je van kan leven, jongeren. De jeugd heeft de toekomst, jeugdige stemmers hebben onze toekomst in handen! Zonder meteen in de marketingreflex te vervallen; we moeten ons geheel concentreren op de jeugd, en de perspectieven die hun leven en toekomst bepalen zo duidelijk als het kan schetsen. Want zij moeten het doen. Eigenlijk is het verhaal heel simpel; de jeugd is er voor de toekomst, de rest staat voor behoud, behoudend, angstig vasthouden wat het heeft, wars van verandering want o jéé. Die rest wordt heel gemakkelijk heel boos op wie zich tegen hen richt, indachtig het adagium alle remmen los, want dat lucht op. En dat zijn er natuurlijk genoeg want de progressie in scheeftrekken en bedriegen is enorm, dat wordt dagelijks bewezen, men volge de nette pers.
We redeneren vanuit de wij-zij dichotomie, waarbij we nadrukkelijk niet het wij-zij frame hanteren, want dat roept aan de andere kant alleen maar agressie op, zij (wij) willen ons alles afpakken, we hebben er hard voor gewerkt, wat denken ze (wij) wel niet? De boosheid explodeert en dan zijn de rapen gaar. Dat dus niet. Nee, we gooien het over de boeg van ‘dit is goed voor de toekomst van de jongeren, dat zijn de consequenties als we het niet doen. De plaatjes consequent schilderen. Niet aanvallen, wel wijzen op de consequenties van ‘als niet’. En dat als een kapotte grammofoonplaat blijven herhalen. In elk debat herhalen, als het terzake is: ‘wat u niet doet is niet goed voor onze jeugd, niet goed voor de toekomst van ons land. Misschien kunt u (zij) zeggen voor wie het wèl goed is, en anders zeggen wij het wel. Dat zijn namelijk de gevestigde belangen die zich geheel niet bekommeren om de toekomst’, en die kan je dan naar gelang van het onderwerp van het debat achteloos uit het hoofd opdreunen. De bottom line van de attaque is ‘het is niet goed voor de toekomst van de generatie die het allemaal voor ons moet gaan doen’. Oftewel, jullie eigen-zakken-blijven-vullen-beleid zal ons allemaal versneld in de ellende storten. En daar zijn jullie verantwoordelijk voor. En dat zullen we jullie kiezers flink onder de neus wrijven. Ha!, zo wordt politiek weer duidelijk en weet de kiezer waarom en op wie hij stemt.”
“Goed gedaan jongen!”, het was inderdaad Heiko uit wiens koker deze strategische gedachten kwamen, “van hieruit kunnen we de partij PDD-NOS gaan opbouwen. Wèg met de huidige politici, wèg met al die ouwe vastgeroeste met secondenlijm aan het pluche vastgeplakte politici die maar één kunstje kennen, en die is ‘blijf zitten waar je zit en verroer je niet’. Nee, want als ze zich bewegen valt de vastigheid van het riante inkomen weg en de privileges zoals de koning een handje geven zijn er dan ook niet meer, dat willen ze niet. Voor geen goud willen ze dat, maar dat is onzin, en een leugen, want met goud zijn ze heel goed te paaien. Wèg met de stroperigheid, met de zand-in-de-machine-strooierij. Wij gaan voor de frisse wind, al zal dat in deze zwaar luchtvervuilde tijden niet meevallen. Een nieuw geluid, een nieuwe toekomst, echt is oprecht.” Daar kwam toch weer die domineestik om de hoek kijken. Kennelijk kan de Hollander niet zonder. Eens calvinistisch, altijd calvinistisch. Nou ja, ze moesten het ermee doen.
“Even recapituleren: we hebben de naam van de partij, PDD-NOS, zijn we het daar over eens? De naam staat voor beweging, actie, geen gezapigheid, ha! En voor pàl voor de democratie! Dat mogen we nooit vergeten, weet waar je voor staat, weet wie de vijand is. Dan richten we ons op jongeren, want die vormen de toekomst, die moeten de toekomst gaan maken. We hebben daar een betrouwbare overheid bij nodig, een overheid die z’n taken naar behoren uitvoert. En dat betekent competent, dienstvaardig.” “En dienstwillig!, at your service! Zeg maar de civil servant in Engeland, die er overigens ook een potje van maakt, clowns uit de upper class die zich als een civil servant vermommen, maar dit terzijde. De dienstvaardige ambtenaar moet gewoon weer zichtbaar worden, vertrouwen uitstralen, laten zien dat ie er is voor de burgers.” “Ja, en het lijkt me niet te veel gevraagd als ie laat zien dat ie begrijpt wat er in de maatschappij omgaat, zonder meteen te gaan zondebokken, want daar heb je niks aan, het is het zinloze over één kam scheren, aan schaapscheerders hebben we genoeg. En ze mogen zeker niet een beetje politiek zitten te bedrijven, daar zijn wij voor, daar hebben we de scheiding der machten voor.” “Even rustig aan, het hele ambtenarenapparaat even omturnen is echt te veel gevraagd, we moeten roeien met de riemen die we hebben. Want zo is het wel; ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is, je kan van een kraai geen olifant maken, en een ezel zal je niet leren door een hoepel te springen. Ambtenaren zijn ambtenaren! Sommige zijn nijver, andere zijn berekenend en lui, het zijn net mensen. Intussen is het wel zo dat het openbare leven redelijk draait, irriterende haperingen daargelaten, maar daar lopen we onszelf ook aardig op te fokken door de wensgedachte te koesteren dat alles perfect moet zijn. Zoek de perfectie!, je zult ‘m niet vinden. In de natuur misschien, als je er voor open staat en met respect bejegent en ‘m neemt zoals ie is. Maar verder; niet in de kunst, niet in een geloof, niet bij een buurman of buurvrouw, over een perfect familieleven gaan we het niet hebben, drama’s en teleurstellingen vliegen je om de oren. Goed is goed genoeg!, daar kunnen we het toch bij laten? Daar doen we toch niemand kwaad mee? Ja, de revue en het dansen, die moeten wel ècht goed zijn, anders trek je geen bezoekers, en je wilt toch graag brood op de plank. Maar dan; het verhaal is belangrijker dan een perfecte uitvoering, je wilt wel ontroerd worden, als het effe kan. Een traan, een snik, een opspringend hart bij herkenning, daar doen we het voor.” “Kunnen we dat niet in onze partij stoppen? Een program schrijven dat de kiezer ontroert? Daar knappen ouderen natuurlijk op af, die willen zakelijkheid. Maar die hebben we als doelgroep al afgeschreven, laat die lekker zakelijk blijven en met zichzelf hun geluk in de lucht houden. Ze hebben er ook voor gewerkt, ook waar.” “We moeten de mensen pàkken, ze bij de lurven grijpen, ze duidelijk maken dat de toekomst naar de kloten gaat, dat de toekomst van de jeugd onvermijdelijk naar de sodemieterij gaat, als we niet als een razende bijsturen. En daar zijn de consequenties van een uit de hand lopende klimaatverandering en de eindigheid van grondstoffen of beter gezegd de eindigheid van de economische modellen, die groei als een deus ex machina blijven pushen, de grote thema’s die je niet breed genoeg kunt uitmeten. Stop met groei! Groei en marketing zijn er uitsluitend op gericht meer consumenten te bereiken, consumenten meer te laten kopen, en daar past een groei van de wereldbevolking perfect bij, meer mensen kopen meer produkten zo simpel is het. Almaar nieuwe markten openbaren zich voor de grote graaimastodonten, ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Intussen wordt de aarde uitgeput, en het interesseert ze geen moer. Maar daar hadden we het al over. Toch moeten we het in het program zetten; groei is verleden tijd, het kenmerkt de industriële revolutie, en die ligt al làng achter ons! Wèg ermee, herverdelen is nu het devies. Daar stuiten we dan weer op een zekere weerstand, maar ja, we gaan niet voor niets de barricaden op! Ach ach, de wereld veranderen is niet eenvoudig, maar toch moeten we ergens beginnen.” “Ja, we beginnen gewoon, het hoeft allemaal niet meteen perfect te zijn, het gaat om de intentie en het enthousiasme waarmee we alles over de bühne brengen. En we zijn jong en we willen wat.” Ongemerkt had het vuur van de revolutie hen aangeraakt, ze ervoeren een niet eerder gekende saamhorigheid en het was dat het middernacht of iets later was, anders waren ze gelijk aan de slag gegaan.
De stem van het woord
“Vinden jullie niet dat we soms wel behóórlijk agressief uit de hoek komen? Dat we bepaalde zaken echt wel rustiger kunnen aankeilen, intussen de argumenten die ertoe doen ordenen, eventueel na discussie herordenen en dan concluderen ja dit is de boodschap aan den volke die we willen brengen. Dat kan toch ook? Het hoeft toch niet altijd op hoge toon gebracht te worden? Als je iets op schelle toon uitblèrt, dan weet je eigenlijk, dat doe ik niet goed. Meer rust in de presentatie, zorgvuldig je betoog voor het voetlicht brengen, goed opletten of argumenten bij je gehoor aankomen, aanscherpen en voilà. Je hebt je verhaal en daar ga je de boer mee op, kat in het bakkie. Je boodschap rustig beargumenteerd presenteren, daarmee bereik je je kiezers, die willen niet dat hen knollen voor citroenen worden verkocht.”
“Ja maar … we zien toch regeringsleiders in wording die wèl op schelle toon allerlei Unfug debiteren, die trekken toch ook kiezers? En behoorlijk wat. En dan wil jij met fatsoen de strijd met zulk soort types aangaan?”
“Ja, ja, oké, dat is niet simpel. Les één: je verlagen naar het niveau van de tegenstander is de garantie voor verliezen. Dat is niet de weg, schreeuwen, met de vuist op de katheder slaan, dat werkt allemaal niet, alleen voor het klapvolk, daar werkt het wel. Maar hoe groot is het klapvolk, in volume van stemmen? Moeten we daar bang voor zijn?, voor de kiezers die zich laten verleiden door demagogen?”
“De demagogen ontregel je door onttakeling van zijn boodschap, door inbreng van tegenargumenten, beter, door ontmaskering van de ware bedoelingen van de demagoog. Je moet zijn narratief ontkrachten, uit elkaar scheuren; nou ja, niet zo eenvoudig.”
“We moeten een script schrijven; op basis van wat de demagoog allemaal roept prefab antwoorden maken op al z’n statements, dat zijn er per saldo in de kern niet zo veel, als je daar een zorgvuldige opsomming van maakt, dan zul je zien het het maar een beperkt aantal onderwerpen betreft, die vervolgens ruim roeptoeterend rondgebazuind worden. Die prefab antwoorden bestaan uit een mengeling van tegenwerpen, benadrukken ‘wat u voorstelt lost de problemen niet op’, humor in je verhaal stoppen. Ga nooit op enige provocatie in, dat is de strategie van de tegenstander in zijn eigen mes laten lopen, demagogen beheersen dat tot in de perfectie. Een beetje humor is belangrijk, politiek is ook een beetje theater, goed gesubsidieerd overigens, vooral voor de humorlozen. De niet zo brave man heeft totaal geen humor als het erop aankomt, met een goede grap jaag je ‘m boven op de kast. Om zichzelf lachen kan ie niet, azijnpissen kan ie daarentegen als de beste, schofferen ook. Op schofferen moet ook een standaard repertoire aan antwoorden worden ontwikkeld, botweg gebaseerd op het adagium ‘wat je zegt ben je zelf’, alleen gebruik je dan synoniemen, je stelt z’n visie op de wereld en passant aan de orde, vraagt ‘m op de man af wat ie wil bereiken met het niet-beleid dat zijn regering nu al een flinke poos met succes uitvoert, c.q. niet uitvoert. Want dat is het toch: ze doen niks, dat is ook zo’n bottom line strijdkreet die je altijd in elk debat kunt inzetten. Je begint met ‘voorzitter, ik herinner u aan bepaalde uitspraken van u in het verleden gedaan waar ik thans niet verder op zal ingaan; de regering doet niks, hoe stelt de regering zich voor de doelen die zij zich heeft gesteld te halen?’ Vervolgens roep je wat er wel moet gebeuren en je geeft een concrete voorzet om wàt er moet gebeuren tot beleid te maken, indachtig wat nodig is voor het land en zijn bevolking.”
“Ja, oké, en hoe zit het met de rechtsstatelijkheid? Moeten we daar nog wat mee?”
“Onbetekenend, dat is een zaak tussen de regeringsparijen onder mekaar, en misschien ook van de premier maar dat is verder niet interessant, die loopt op eigen kracht zijn eigen doodlopende weg in. De rechtsstaat is goed geborgd; de demagoog roept wat, een partij roept wat terug, een derde partij roept ook wat, en de vierde vraagt zich af hoe ze in die heksenketel geruisloos een paar dingetjes kunnen verschuiven. Belastingregels bijvoorbeeld, arbeidsvoorwaardenbeleid een beetje aanscherpen ten gunste van het kapitaal, vermogensaangelegenheden niet te vergeten. Ja, daar willen ze de grenzen wel opzoeken, wat de premier trouwens ook wel wil.”
“De grens opzoeken, het klinkt naar padvindertjes die in het grote bos zijn verdwaald en plots op een suikergoedsupermarkt stuiten en ze vragen zich af hoeveel kunnen we achterover drukken en toch niet gesnapt worden? Om terug te komen op de rechtsstaat; niks doen met dat onderwerp, hooguit vragen of ze werkelijk van plan zijn om de democratie te demolieren, die vraag kan je altijd rechtstreeks aan de demagoog stellen, laat ze mekaar maar zerfleischen, komt helemaal goed, daar hebben ze de oppositie niet voor nodig. Hoe zei een politicus het ooit?; je moet een broedende kip niet storen, het levert maar gebroken eieren op. Laat ze lekker samen ommeletjes bakken.”
“Even terug naar de hoofdlijnen, wat is nou een thema waar zo ongeveer de hele bevolking op aanspringt? Het land is te vol. Ja, dat roepen echt heel veel mensen, ze ervaren het aan den lijve, betaalbare woningen niet te vinden, een vaste baan idem dito, dat zijn feiten, die moet je niet een beetje gaan zitten bagatelliseren. Dan is er het gevoelen dat het in Nederland al lang ‘ieder voor zich’ is, onderlinge solidariteit valt weg, heb je de pech dat je niet zo goed voor jezelf kunt opkomen, dan heb je dus pech, punt. Vlak ook het aantal mensen niet uit dat niet meteen een grote bek kan opzetten als er een beetje tegenwind staat. Als je dat niet van huis uit hebt meegekregen, zal je het toch echt ergens eerst moeten leren. We leven in een vechtmaatschappij en wie daar niet aan mee kan of wil doen wordt gemangeld, zo gaat dat in het moderne leven.”
“Maar terug naar de aanpak van rechts extreem en de kleine schare meelopers die menen politicus te zijn maar geen idee hebben waar ze in zijn gestapt. En als ze het wel weten, des te erger, dan zal als ze werkelijk politiek actief worden en mee gaan schreeuwen met hun leider slechts tegenstraatterreur ons redden. Maar dat is niet de situatie, we hebben de demagoog en een stel onnozelen, meelopers die we uit hun waan moeten trekken. Om uit die gekte te komen hebben ze echt een zetje van buiten nodig. Vanzelf blijven ze liever ziende blind, de macht corrumpeert enzovoorts, gulzigheid kent geen grenzen, het is lekker toeven in de burelen van het historische lekkende Binnenhof. En ze mogen op eigen houtje niks doen, het is het hele jaar vakantie vieren, op een paar uurtjes corvee in de Tweede Kamer na, maar alleen als de grote baas het wil, en dat is niet vaak. Maar het gaat natuurlijk niet om deze paar meelopers, een armzalig klein groepje schoelje, maar om de kiezers van de demagoog die wijzer moeten worden gemaakt. En het platform van waar af je de kiezers toespreekt blijft de Tweede Kamer, dat is de plek om het debat scherp te maken en te houden. Continuiteit in het brengen van je boodschap is de sleutel, zie het succes van de demagoog, die vent moet gewoon getackeld worden en bestreden met zijn eigen wapens. En scip twitterix, ga er niet meer op in, negeer kreten door de demagoog uitgebraakt, laat ‘m met z’n twitterex in de stront zakken. ‘Niet op reageren Lena’, dat zei mijn overgrootvader als er gekaard werd. Laat ‘m toch afdrijven met z’n twitter, naar een groot openstaand zeegat als de eb flink doortrekt. Zó, dat moest er even uit, je moet echt zeggen waar het op staat, met beleefdheid worden je alleen maar je hersens ingeslagen, en slachtofferschap, daar doen we niet aan. Flikker toch op.” Opgewondenheid heerste in de overigens stille jachthaven, er werd een slok genomen, de kelen bleven droog ondanks de slok, de stemming werd militanter, al hadden ze dat zelf nog niet zo in de gaten. Als ze niet zo lekker in de beschutting van de kuip hadden gezeten waren ze de straat opgegaan om de mensen eens flink duidelijk te maken met wie ze te maken hebben, daar in het Haagse, en dat het nog niet te laat is om ze te stoppen. Dan hadden ze meteen een publicitaire klap uitgedeeld, alleen, ze hadden hun verhaal nog niet op orde, het moest uitgeschreven worden, de woorden moesten heel precies gekozen worden, de boodschap hoewel niet eenvoudig duidelijk geformuleerd lag vóór hen, ze moesten verder. Dat voelden ze zo, ze voelden dat ze het eens waren.
“Ik denk we hebben wat te pakken, het wordt zachtjesaan een verhaal dat we verder moeten ontwikkelen, het simplisme van de democratievernielers gaan we helder als een rode loper voor de kiezers uitrollen. Dàt is wat ze doen, dàt zijn hun motieven, en zie: daar zitten grote verschillen tussen en in de tussentijd, ze hebben geduld, wordt er gezaagd aan de wortels van de democratie. Dàt moeten we de kiezers vertellen. Maar; de bankjes en plankjes beginnen zo zachtjesaan wel behoorlijk hard aan de kont te worden, en eindeloos in de duisternis zitten is ook zo wat, ondanks de hemelse temperatuur en mooie droge lucht; wat vinden we ervan een beetje op te breken en naar mijn huis te gaan, dan kunnen we nog een kleinigheid eten, de diepvries is er goed voor, en ons opfrissen en een kop koffie nemen, dan kunnen we de puntjes op de i zetten en ons verhaal verder uitschrijven. Ik heb het gevoel dat we het momentum hebben, daar moeten we gebruik van maken.” Heiko zat in een rush van energie, hij was helemaal niet moe maar wist dat een lange zit waarin diep werd nagedacht zijn tol eiste, even een pauze nemen deed nooit kwaad. En eerlijk is eerlijk, de koffie lonkte, als ook een snelle douche en comfortabele stoel. Een plank is een plank, een eiken plank nog meer, die veert niet mee.
“Even een breek, eens, maar moeten we niet het momentum híer vasthouden en verder gaan en nog een paar dingen scherp maken? Nú zitten we in de flow, we zijn het eens, verleggen onze persoonlijke grenzen voordat je het weet, en als we wachten tot morgen zal je zien dat de dagelijkse sleur van ons goede leven ons terughaalt naar het quasi normaal. En voor je het weet denk je, waarom al die moeite als je als eenling toch niets voor mekaar krijgt? Nee, we moeten nu doorgaan, heb je niet ergens nog een paar zachte kussens verstopt op je prachtbootje, Heiko? En anders lopen we toch de stijger een paar keer op en neer om de benen te strekken. De nacht is zo zeldzaam en we zijn in the mood, we moeten er gebruik van maken.” Ander gaf de voorzet, Een en Heiko waren het volledig eens, er werden een paar kussens gevonden om het plankleed te verzachten, waterflesjes werden bijgevuld, een kort flaneren over de stijger verdreef de stijfheid in de spieren, kortom, ze konder er weer tegen, de adrenaline vloeide rijkelijk, van moeheid was geen sprake.
‘We kunnen nou wel zeggen het gaat om de jeugd en hun toekomst, en dat klopt natuurlijk, en het gaat om het uitbannen van dat destructieve egocentrisme, ook waar, en om het stoppen van economische groei, héél belangrijk en daar tref je de hele zware jongers uiteraard in hun zwarte ziel, het kwetst hen en dat is héél belangrijk want je moet ze treffen waar het pijn doet; maar uiteindelijk gaat het erom dat de democratie als staatsvorm overeind blijft, en dat lukt alleen door de demagoog en zijn trawanten te stoppen. Worden die niet gestopt, dan zal onze toekomst in een autocratie/kleptocratie worden doorgebracht, met staats-Überwachung, je bent je leven als burger dan niet meer zeker. Dat is geen utopie, kijk naar landen als R., Ch., Argent., H., Am., Tsj., en overigens op de wereld zijn meer voorbeelden en ontwikkelingen in deze richting te vinden. Dàt begint overigens in het bewustzijn van de mensen wel door te dringen, maar dat het leidt tot daadwerkelijk verzet, nee, eerder zakken democratieën nog verder weg in het moeras, kennelijk wordt het leed nog onvoldoende gevoeld. En vergeet de verslaving aan het moderne apparaat niet, waarin louter Überwachungstools zijn ingebouwd, en iedereen weet het zo langzamerhand, en het interesseert ze geen zier, hoe verslaafd kan je zijn. Afijn, maar terug naar de rode draad,