“En misschien nog even voor we verder gaan; waarom is de oppositie niet in staat om een boodschap helder te brengen? Hoe kan het dat èlk oppositiegeluid in het zand loopt? Was er in het begin nog verontwaardiging in de toon, nu is het radeloosheid en zich vastklampen aan de oude politiek en het fatsoen, alsof dat er nog toe doet. Met wat er nu op de regeringsstoeltjes zit en hangt en onderuitzakt, een krachtsinspanning het laatste stel ik me voor: dáár komt het niet aan, die ouwe politiek. Bij de kiezers ook niet, en dat is ernstiger.”
“Dat het bij de regering niet aankomt is begrijpelijk, dat is het antagonisme van een regering en zijn oppositie, dat is het democratische spel dat we met elkaar hebben afgesproken. Maar: wat nu gebeurt is het Kaltstellen van de oppositie, niet alleen in ons prachtland maar overal in de wereld. Dat levert consultants die regeringen in hun Verwandlung naar een autocratie-in-spe vertellen hoe je dat doet bàkken met geld op, en bij de consultancy firma’s nog meer kennis van hoe de menselijke machtsbezeten hersenen in elkaar steken en hoe je die nog beter kunt manipuleren, dit terzijde. Dan heb je de fluisteraars van reeds gevestigde autocratieën die precies weten hoe je nòg efficiënter een democratie om hals brengt. Autocraten weten exact hoe ze de wind eronder moeten houden, hoe een oppositie de kop in te drukken, hoe je het spel van verdeel en heers op de wagen zet en vervolgens in de lucht houdt. Dat gaat nooit zonder de inzet van geweld, je hebt de knoet nodig om het volk voldoende vrees in te boezemen, maar er zijn inmiddels nieuwe instrumenten die de oude aanpak ten zeerste ondersteunen, zoals de trollenlegers, legerdivisies met een extreem hoog rendement bij minimale investeringen. Vroeger werd dat wel gekscherend flankerend beleid genoemd, als een bestuurder niet in staat was om beleid gewoon netjes uit te voeren.
Zover zijn we in de nòg democratieën nog niet, de dreiging is er, de angst kruipt omhoog, de resultaten laten nog even op zich wachten. Maar de autocraten weten wel dat ze een perfect exportproduct hebben en dat er genoeg klanten zijn om hun produkt af te nemen. De ontwikkeling ervan heeft dan wel wat gekost, je moet wat overwinnen om een echte autocraat te worden, maar het resultaat mag er zijn en de vraag ernaar is meer dan bemoedigend, goede voorbeelden van hoe je als een ware kleptocraat te gedragen willen graag gecopieerd worden. Zoals het heet: goed voorbeeld doet goed volgen. Er lopen een paar heel goede voorbeelden rond.
Ik zou het risico dat ook ons land ten prooi gaat vallen aan de voor sommigen niet te weerstane verlokkingen van een totaalonderdrukkingssysteem inclusief ongebreidelde roof van overheidsgelden en afpersing van tegenstanders of gedoogde meelopers, van een regering of overheid of oppositie hoeven we dan niet meer te spreken, niet onderschatten. Integendeel, een Verharmlosung van deze dreiging zal het gevaar slechts groter maken. Colijn zei het al, ‘gaat u rustig slapen’, ik wed; die heeft rustig geslapen. Maar terug naar de vraag over de tandeloze oppositie; hoe kan dat nou?, en hoe geven we er een slinger aan?”
“Oh, ja!, nou, je moet dus wèl met de vuist op tafel slaan! Of in de lucht, dan doen volksmenners ook. Weliswaar is het een historisch besmet gebaar van dictators, maar het wordt door de dictator-in-spe wèl herkend als een daad van tegen-agressie, en daar zijn ze wel degelijk beducht voor want voor je het weet word je in mekaar geslagen, en dat wil je niet. Dat de tegenstander in elkaar wordt geslagen willen ze wèl, maar daar heb je dan je handlangers voor, een knokploeg die op een achternamiddag tot een goed gedrilde militie is omgevormd, zelf ga je geen vuile handen maken en je wilt wel als een sinjeurtje met das worden gezien, een brave borst – je moet ‘m alleen beter leren kennen. Een seigneur die met z’n privé-knokploeg gezag uitstraalt, een stel boeven dat jou beschermt, handig ook, je hebt een apparaat om bij verzet of luidkeels protest in te zetten, om zo de tegenstand de kop in te drukken. Je moet wel de wind eronder houden, nietwaar? Oké. Milities, niet vergeten, zijn breekijzers om een democratie effectief te ondermijnen en de nek om te draaien, de neutraliteit van het leger te laten schuiven. Dat heeft een inmiddels dode dictator tot in de perfectie ontwikkeld en uitgerold, het model wordt zo goed als het kan nagevolgd. Eerder succes is een garantie voor toekomstig gebruik, denken de copycats, die heel wat meer weten van de geschiedenis dan je geneigd bent te geloven.
Dus ja, hoe krijgen we de oppositie weer in de rol van oppositie? Even kijken naar hoe de regering en vooral de spreekbuis van die regering communiceren. Het is opmerkelijk dat de spreekbuis niet in de regering zit noch ambtenaar is maar slechts fractievoorzitter van zijn eenmanspartij, hij is de voorzitter van zichzelf, als het ware, dit terzijde maar in je eentje blijf je wel de baas over je eentje en dat is altijd handig. Dat de regering zelf vanuit zichzelf zo ongeveer niets substantieels naar het volk communiceert, behàlve wat uit de koker van deze man komt, dat is natuurlijk democratische treurnis ten top. Die man bepaalt zo ongeveer alleen wàt er door bewindslieden wordt gecommuniceerd en dat wordt dan vervolgens slaafs door bewindspersonen met soms aandoenlijke lhgtb+ kenmerken zorgvuldig voorgekouwd voor de camera voorgedragen, met ofwel de blik van een oorwurm dan wel die van een blije kip, maakt niet uit, iedereen heeft zijn eigen stijl van presenteren en dat hebben we te respecteren. Maar dat voorkouwen is opmerkelijk; kennelijk vertrouwt de spreekbuis zijn eigen kluppie van ministers niet en acht ze niet in staat op eigen gezag te regeren en het woord te voeren. We hebben het hier overigens vooral over het smaldeel van de kleine roerganger, wat de andere partijen in de coalitie uitspoken weet je niet, je hoort ze nauwelijks, ze rommelen op de achtergrond of tasten in het duister, wie zal het zeggen.
We moeten misschien nog iets zeggen over de stijl van besturen van de kleine roerganger, de eigenaar van zijn eigen eenmanspartij. Deze man bestuurt geheel volgens de regelen der kunst zijn vehikel als een dictator; wie niet spoort vliegt eruit, wie kritiekloos volgt wordt met een riant salaris, door de overheid betaald, beloond. Dan kan je tegenwerpen ‘er vloeit geen bloed als ie zijn macht laat gelden’, waar, correct, maar dan moeten we wijzen op zijn voorbeelden, op de publieke figuren op het wereldtoneel die hij bewondert en tot voorbeeld stelt en als we ons beperken tot één man, de heer P. uit R., dat is toch echt een figuur die geheel volgens de regels van de dictator het vermoorden van zijn tegenstanders heeft geperfectioneerd, als dat laatste mogelijk is, soms blijven sporen achter, maar dat mag de pret niet drukken, enig speculeren over de precieze omstandigheden waaronder bijvoorbeeld iemand uit het raam is gevallen houdt de aandacht gevangen, en dat helpt. En zoals het wederom heet: goed voorbeeld doet goed volgen, wie weet wat ons nog te wachten staat.
De kleine roerganger heeft de wijze waarop hij den volke kond doet van zijn boodschap in de loop van de jaren geperfectioneerd en aan zijn volgelingen geleerd, ze maken er dankbaar gebruik van, wat heet, ze zijn erin gedrild. Hij roept, en dat roepen doet hij als volgt:
- door uitsluitend te zenden, het gaat om de boodschap;
- door alleen het eenrichting-communiceren toe te passen, wat een innerlijke tegenspraak is, en nooit op vragen of interrupties in te gaan;
- door een tegenstander te diffameren, maakt niet uit of er een aanleiding is voor dergelijk vuil schoolpleingedrag, als het maar zo hard en zo schofferend mogelijk wordt gebracht, de tegenstander staat perplex en heeft geen weerwoord, ook na al die jaren niet. Daar heeft de leider het patent op, zijn volgelingen beheersen dat dan weer minder, schelden vraagt veel oefening;
- door nooit de discussie aan te gaan, in een discussie moet je inhoudelijk reageren, dat doen ze niet, dat is glad ijs en voor je het weet zeg je iets dat de kleine roerganger mishaagt en dan ben je de gesjochte;
- door gestoorde dingen te roepen, als bijvoorbeeld blijkt dat een bewindspersoon niet gaat leveren wat ie daarvoor had beloofd. Het maakt niet uit waarom er niet geleverd wordt, het roepen van gestoorde dingen leidt af van de niet-levering, we moeten wel daadkracht blijven uitstralen nietwaar? Want dat is wat ze doen, onzindingen die daadkracht suggereren met een stalen smoel in de microfoon roepen, en de journalisten van dienst staan paf want ze kunnen het niet volgen;
- door hardnekkig een eigen narratief te hanteren en uit te dragen, maakt niet uit of het strookt met de werkelijkheid, integendeel, beter is het als er een alternatieve werkelijkheid wordt gecreëerd waarmee de dagelijkse werkelijkheid, waarin nòg de meeste mensen zich bevinden, kan worden geattaqueerd, en als het even kan ongeloofwaardig gemaakt. Het is het principe van de omkering: wij zien hoe het werkelijk zit, jullie zijn dromers. Hier wordt de bubbel gecreëerd die zo ongemakkelijk voelt voor degeen die tracht een helder zicht op de werkelijkheid te houden;
- door tenslotte nooit maar dan ook nooit te reageren op vragen omtrent uitspraken in het verleden gedaan, bijvoorbeeld standpunten omtrent het omvolken die in de context van het hier en nu beslist relevantie hebben, ze klinken bovendien op vele plaatsen in de wereld steeds luider. Ook dit is een voorbeeld van non-communicatie dat je moet aanpakken. Je mag mensen in een publieke functie aanspreken op eerder vertoond gedrag in het openbaar, dat moet je consequent doen, het is een onderdeel van verantwoording afleggen in een democratie;
- en dan heb je nog een ministerpresident die het bestaat om volslagen nietszeggende dingen te roepen; hij doet zijn best er serieus bij te kijken, maar je ziet zijn twijfel.
Dàt is hun manier van communiceren, en daar moet je paroli op kunnen geven. En dat lukt de oppositie niet, want ze hebben het nooit geleerd, het is werkelijk een nieuwe manier van politiek bedrijven, kijk naar het grote land overzee waar de oppositie evenmin in staat is om fatsoenlijk weerwoord te geven. En wellicht zijn de persoonlijke voordelen van het toch maar op de ouderwetse wijze politiek blijven bedrijven voor de spelers in kwestie te groot, dan is het moeilijk afscheid nemen van een vertrouwde modus van werken die je van oudsher is bijgebracht, het geeft wel brood op de plank. Dus les 1: leren het eenrichtings-niet-communiceren te tackelen, niet door te pareren, dat gaat gewoon niet, een zender wil niet ontvangen, ze gaan er gewoon niet op in, maar door consequent de bubbel die het rapalje fabriceert te slopen, en niet door facts te checken, daar heeft de bubbel werkelijk schijt aan, maar door luidkeels duidelijk te maken voor welke doelen je staat en hoe je bepaalde doelen wèl kunt halen, met die en die maatregelen, met die en die partijen en maatschappelijke organisaties. En dat moet je met groot kabaal doen, schelden is in de moderne arena gewoon toegestaan, en schelden doet zeer, ook voor het rapalje dat het schelden tot politiek instrument heeft verheven. De politiek is een hard vak.
Het gaat om saamhorigheid, gemeenschappelijkheid, om doelen die je met elkaar wilt bereiken, in tegenstelling tot die bunch regeringspartijen die ieder voor zich z’n eigen achterban bedient, en ze geloven in geen rechtvaardige god want ze weten niet wat dat betekent.” Hier hield Heiko even stil, hij streek met zijn hand over het gladde dek, “maar èhh, hoe komen jullie aan al die wijsheid? En het zien van grotere verbanden, ook in historisch perspectief? We zijn wel met elkaar in gesprek, chapeau hoor!”, want hij was het die orerend weer de analyse gaf, en hij was eigenlijk razend benieuwd waar die meiden hun kennis vandaan haalden, ze waren werkelijk serieuze debaters. Hij had het idee dat al die vragen waar hij al langer mee rondliep in de dialoog met hen scherper werden, de oplossingsrichting duidelijker voor zover je daar wat mee kan, veel beter dan wanneer hij alles op eigen houtje had moeten bedenken.
“Ja, wat zullen we zeggen, je denkt natuurlijk 2 meisjes van de revue, leuk, en ze zijn ook nog goed gebekt, nog leuker, maar waar halen ze die wijsheid vandaan? Nou, we moeten het bekennen, naast het dansen doen we nog wat, in lijn met wat we gestudeerd hebben, geschiedenis en filosofie. Ik de geschiedenis, Ander de filosofie met nog wat psychologie erbij, voor de lol. We wisten, we hebben een goed verstand, dat moeten we gebruiken, alleen dansen vonden we wat dunnetjes, dus vandaar.” “Geschiedenis is héél boeiend en dynamisch, het past bij Een die meer van de actie is, ik ben meer van het beschouwen, beetje nadenken, verbanden zoeken, dingen in de tijd plaatsen, dat is dan ook wel een beetje geschiedenis ja, we vullen elkaar aardig aan. Dus ja, we kunnen je goed volgen, en vanuit onze eigen eigen gedachten en analyses kunnen we prima met je schakelen, we voelen ons niet overvraagd bij het aanhoren van je betogen. Is dit een voldoende antwoord op je vraag?” Daar stond Heiko weer paf, hij wist dat ie met een paar slimme meiden van doen had, dat was ‘m al snel duidelijk geworden, maar deze achtergrond, dat had hij niet verwacht. Hij nam een slokje water, staarde naar de zwarte hemel met de witte stipjes, overdacht wat ze in de afgelopen uren allemaal hadden besproken, hij vond het eigenlijk heel goed, hij kreeg het idee, het moest doorontwikkeld worden. “Wat vinden jullie, als we ons verhaal nou eens stevig in mekaar timmeren, nog even flink doorbijten en doorhakken en ordenen, als we dat doen hebben we voor zonsopgang ons program. Doen?”
De meiden keken elkaar aan met een mengeling van verbazing en lichte opwinding. Waar waren ze in verzeild geraakt? En waren ze bezig zich ergens aan te committeren, waren zij ook bezig een woest stromende rivier over te springen? Ze dachten niet lang na, knikten elkaar toe, ja dat gaan we doen.
“Heiko, het is een wonderlijk samenzijn, wie had dat vanmiddag kunnen bedenken?, wij in ieder geval niet. Wat we hebben besproken snijdt hout, het is ingewikkeld allemaal, maar we zijn het met je eens, de kleine roerganger met z’n ene issue moet gestopt worden en dat zal heel hard werken worden, ironisch als je ziet wat een luie flikkers het anders zijn die we moeten bestrijden. Maar het land roept, we horen het, we gaan door!” Algehele hilariteit op het bootje, de opwinding steeg, dadendrang heerste in de groep.
“Die bubbel hè?, daar moeten we even op doorgaan. Er is die wonderlijke meneer in het verre land overzee, die roept wat en het hele land is in rep en roer; erger, zo’n beetje de halve wereld raakt in een kramp.
Je kunt een aantal kenmerken aan deze man hangen:
- het taalgebruik is plat en hoogst simpel, hij gebruikt heel weinig vooral extreme woorden, hij herhaalt ze eindeloos, er is geen ruimte voor nuance, wat heet: vooral geen nuance, een reclameboodschap is ook kort en ongenuanceerd;
- er is een opperste zelfbewieroking, hij is de man die het allemaal doet, die wat hij wil ook bereikt, en dat alleen omdat hij zo goed is. Helaas is hij niet the greatest, dat is er maar één en dat spijt hem ongetwijfeld vreselijk maar op de vuist gaan zie ik hem nog niet zo snel doen. Zoals ook zijn technocratische onderknuppel die zo graag een cage fighter zou zijn maar het niet doet, he also is not the greatest;
- hij is de man van het goud en hij weet: daar tippelen heel wat mensen op;
- hij is een valsspeler en dat toont ie openlijk, wat een beetje merkwaardig lijkt maar strikt genomen bij hem gewoon een vorm van armpje drukken is: ‘durf jij mij op mijn valsspelen aan te spreken?’ Dat doen de mensen die zijn nabijheid zoeken niet, je gaat geen ruzie maken met iemand van wie je wat wilt, je gaat hem dus ook niet aanspreken op zijn vals spelen;
- liegen en bedriegen zijn zijn handelsmerk en daar doet hij in het geheel niet moeilijk over, integendeel; en dat hij als immoreel wordt beschouwd vindt hij prima, het verschaft ‘m extra macht, het jaagt vrees aan bij zijn tegenstanders en zijn aanhang identificeert zich graag met een vreesaanjager. Want wie vrees inboezemt heeft macht, en iedereen die geen werkelijke macht heeft wil zich ook wel eens machtig voelen, de waarlijk machteloze nog sterker, en de man van overzee is dan voor hen een prima projectiefiguur om macht al is het maar voor even te ervaren; hij geeft hen het gevoel, ‘wij zorgen ervoor dat de machtige zijn werk kan doen’. De man deelt zijn macht met zijn volgelingen, hij is er voor hen, denken ze, zegt hij, en ze worden trouwe volgelingen;
- iedereen die niet voor hem is, en die zich publiekelijk over zijn strapatsen uit, is de vijand die hij met alle mogelijke geweldsmiddelen zal trachten te elimineren. De primaire driver daarbij is krenking; een andere, zo mogelijk nog grotere driver is agrandissement. Beide samen genomen in één persoon vormen ze een levensgevaarlijke cocktail;
- het is een toneelspeler die zich niet in de kaart laat kijken, deze kwaliteit beheerst hij tot in de perfectie;
- het is zijn doel de staat te slopen; de vraag is of hij op dat pad voldoende tegenkrachten zal tegenkomen; als niet dan zal hij daarin slagen.
Goed, dit is zo ongeveer het profiel van deze meneer, het kan misschien nog wat verfijnder, maar waarom zou je, het gaat erom dat deze man met zijn trucendoos zo veel mensen in de ban houdt, die bovendien een regelrechte bedreiging voor het democratische huis is, waar wij met z’n allen in wonen en samenleven. Dan ben je wel een mannetjesputter, als je zo veel dreiging kunt creëren. Maar goed, hij́ zit dáár, wij zitten hier. Waarom is het tòch belangrijk om naar ’s mans capriolen te kijken? Wel, in de eerste plaats: omdat ze zo ongelofelijk effectief zijn, je moet begrijpen hoe hij zijn spel speelt. En ambitieuze mensen, zeg autocraten-in-spe, zijn er bijzonder op gespitst om enkele, of alle maar alle zal ze hopelijk niet lukken, van die technieken over te nemen en toe te passen, want het bewijs dat ze werken is geleverd.” Hier zweeg het clubje bedrukt, ze wisten het en het is nooit leuk om een dergelijk weten nog eens onder de neus gewreven te krijgen. Je wordt er een beetje misselijk van.
“Waarom is het zo belangrijk dit beeld goed voor ogen te hebben?”
“Wel, het gaat erom dat je democratie-ondermijnende gedragingen herkent zodat je er snel en hard op kunt reageren. Nee, niet reageren, dat werkt niet, dat weten we. En misschien ook niet hard, we moeten
De bedrukte stemming leek groter te worden, alsof er iets dreigends uit de lucht viel, alleen; de hemel was strak zwart met witte stipjes en geen van die stipjes viel naar beneden.
“Er is een man aan de overkant van de zee die kent zijn gelijke niet. Gelukkig maar, en de techniek van de eugenetica in combinatie met het reproduktieve klonen is nog niet zo ver gevorderd dat van een dergelijk wanprodukt een replica kan worden gemaakt. Daar hoeven we voorlopig niet bang voor te zijn. Wij́ hebben hier te maken met een man van een aanzienlijk kleiner caliber, met minder ego ook, die niettemin met succes uit een one issue ding een beweging heeft weten te ontwikkelen. Deze man, dat moet je ‘m nageven en hij heeft vrees ik een punt, heeft in de Tweede Kamer het thema van de islam als ondermijner van onze westerse normen en waarden consequent en hardnekkig aangeroerd. Hij heeft voortdurend op het onderwerp getamboereerd, al te vaak op onfrisse wijze. Dat een botsing van religieuze overtuigingen met aan de ene kant de islam en aan de andere de christelijk/joodse geloven tot frictie leidt, om het netjes te zeggen, en groot gelazer regelmatig ook, dat is waar, dat is ook de stand van zaken, en niet alleen bij ons. Het is gewoon een lastig ding. Goed, dat heeft onze man, de kleine roerganger, goed gezien. Maar vanwaar zijn reflex ‘ze moeten allemaal het land uit’? Dat is een interessante vraag, want waarom zou het de enige oplossing zijn voor een overigens reëel probleem?, en waarom zou je je daar zo ongelofelijk in vastbijten? Zijn gedachte: omdat het een oplossing is voor een probleem dat veel mensen kennen en waar ze mee geconfronteerd worden en de politiek is er al die jaren niet in geslaagd er iets aan te doen. Dàn maar een harde oplossing en die komt bij de kiezers wel over, en stiekem denken ze ‘als al die mensen opzouten komen er ook woningen vrij en hebben we meer plek in ons kleine landje’.”
“Dat de politiek het probleem jaren heeft laten dobberen, met dat gedobber de onvrede onder de bevolking flink opporrend, dat is een terecht verwijt. Dus hoe gaan we dat oplossen?”
“De vraag is, wat is het eigenlijke probleem? Je kunt evengoed zeggen er is helemaal geen probleem, er zijn alleen een paar radikalinski binnen de islam die het westen en de westerse moraal de oorlog verklaren, en historisch gezien hebben ze goede papieren om die oorlog aan te gaan, denk aan Spanje en de Moorse invloed daar, de eeuwenlange overheersing van het halve schiereiland, maar dat is lang geleden en de geschiedenis herhaalt zich nooit op dezelfde manier. Dit is een kleine groep, en op zich is die wel beheersbaar. De haat waarmee andere geloven worden bezien en die in het Midden Oosten algemeen verbreid lijkt, is van een andere orde. De haat ook jegens de westerse cultuur, de westerse normen en waarden, dat is een element dat het respectvol samenleven moeilijk maakt en dat de democratie vanwege de schijnbaar onverzoenlijke houding zonder meer ondermijnt. Dat kan je als bedreigend ervaren. Bovendien zie ik bij de mensen die kennelijk vanuit hun geloofsovertuiging anderen haten en minachten, en gelukkig zijn het er niet veel maar ze hebben wel invloed, weinig of geen reflectie op hun eigen in het leven en in de wereld staan. En dat vind ik een groot probleem. Mensen die jou haten en minachten zullen nooit een dialoog met jou aangaan, ze voelen zich zo superieur dat ze niet de moeite nemen werkelijk met jou in gesprek te komen. Maar nogmaals, het is een erg kleine groep. Die moet je in toom houden, met hen in discussie gaan heeft geen zin. Je hebt de politie en de geheime diensten voor de controle, en niet te vergeten hebben we de interkerkelijke verbanden die de dialoog tussen de godsdiensten willen bevorderen.” Voor enige goedgelovigheid moet ruimte zijn, voor goedwillende mensen moet je veel ruimte maken.
Er werd een perspectief geschilderd, de ruwe contouren van wat ze wilden vertellen, begonnen zichtbaar te worden.
“De mocro maffia! Weliswaar moorden ze vooral onder elkaar, dat neemt niet weg dat het ongelofelijk maatschappij-ondermijnend is, wat ze uitspoken. De bommen die bij de buurman afgaan. Kennen jullie je buren goed? Het kan geen kwaad je buren goed te kennen.” Iedereen begon weer treurig weg te zakken, te groot de misère die werd aangestipt.
“We moeten niet in detail gaan. De vraag is, hoe gaan we het oplossen? En dan is de eerste weg het vreedzaam samenleven, het respectvol met elkaar omgaan. Hoe we dat bereiken weet ik even niet.”
“Nou, een perspectief schetsen waar de mensen hoop aan kunnen ontlenen. Dat klinkt naar slap gelul dus dat moeten we herformuleren. Maar gelovigen moet je meenemen, niet de radicalen, die heb je ook binnen onze kerken en die zijn even getikt, maar gewoon de gewetensvolle gelovigen, en die zijn er zat en daar zit tussen haakjes ook een deel van ons kiezerspotentieel. Dus aandacht aan besteden, meetrommelen op het zoemen van de mantra van het geloof, ook als je zelf niet zo gelovig bent.”
“De kern van het verhaal wordt het met elkaar samenleven, vreedzaam en met respect voor elkaar. Een slogan als ‘leven en laten leven’ is helemaal niet verkeerd, daar gaan we vlees en botten aan geven, het is de antagonist van de harde kapitalist die gaat voor winstmaximalisatie en die er zijn hand niet voor omdraait een concurrent de nek te breken. We gaan het ‘leven en laten leven’ plaatsen tegenover de rücksichtsloze agressie van de neokapitalist. En dan komen we toch uit bij de tolerantie, een inmiddels minder gewaardeerd en helaas weggezakt begrip, die gaan we opfrissen en oppoetsen, in het buitenland wordt de hollandse tolerantie nog steeds geprezen, die halen we terug.”
“Eens, goed idee. Maar nog even, hoe ga je respect krijgen van een oliemaatschappij die in deze tijden zonder enige vorm van gêne besluit om alle investeringen die tenderen naar vergroening te stoppen en maximaal in te zetten op het oppompen en verkopen van olie en schaliegas? Dat alles geheel ten behoeve van de aandeelhouders en niet te vergeten de grote oliebaas en zijn onderdanige dienaars wier bonus hangt aan de hoeveelheid winst die wordt gemaakt? Die oliemaatschappij heeft toch totaal geen respect voor ons, voor de maatschappij, voor de aarde, dat zijn toch egoïsten van de bovenste plank? En moeten wij dan respect hebben voor de olieboer die ook nog eens steeds minder mensen werk biedt? Dat is toch scheef?”
“Dat scheve in de verhoudingen, daar heb je een punt, dat gaan we verhelderen. Het gaat uiteindelijk om macht, marktmacht zeggen de kapitalisten schijnheilig en ze suggereren dat dat geen echte macht is. Autocraten oefenen de andere vorm van macht uit, die doen aan armpje drukken en dan gebruiken ze niet hun eigen spierballen maar daar hadden we het al over. Die scheve machtsverhoudingen zijn een agens in zichzelf in het proces van de eroderende democratie. Wie de macht heeft wil geen inspraak, geen opgelegde correctie op gevoerd beleid, geen gezeik over mensenrechten, ook de olieboeren willen dat niet, dit tussen haakjes en in die zin zijn ze even cynisch als de autocraten en antidemocraten, ze willen heel kort gezegd niet aangesproken worden op de wijze waarop zij de winst maximaliseren en hun macht uitoefenen. De macht van de hele grote bedrijven is enorm, en ze doen ook goede dingen voor de maatschappij, waar. Het punt is dat hun beleid veel meer schade aanricht aan landen en gemeenschappen, en dat alles louter voor het hoogstpersoonlijke allerindividueelste gewin. Over de hele grote spelers in de hoek van de ICT en het internet en de sociale media gaan we het even niet hebben, daar word je te zwartgallig van en het gaat ons om de positieve boodschap. Met internet en aanverwant hopen we maar dat de wal het schip keert. Zoals we ook hopen dat de democratie-welgezinden zekere man in Amerika in toom houden. Dat hopen we, of ik het geloof, dat weet ik niet. Afijn, de scheve machtsverhoudingen kunnen niet genoeg aan de kaak worden gesteld, maar weet, verschuivingen in machtsverhoudingen gaan op het oog traag, kosten tijd en vereisen een lange adem. Zie onze kleine roerganger; geduld en voorthameren op een bepaald aambeeld loont. Wij gaan die techniek ook inzetten, en bereid je erop voor: dat gaat veel van ons vragen.”
De meiden hadden aandachtig geluisterd, er werd instemmend geknikt,”met creativiteit kunnen we het een en ander een luchtige slinger geven, daar weten we wat van. Het hoeft niet allemaal droogserieus te zijn, liever niet, die wereldondergangsprofeten zijn onverteerbaar, calvinistisch zwaar op de hand en geen grijntje humor daar word je toch sjachrijnig van, en de meelopers zijn evenmin de vrolijkste kinderen in de klas. De humor wordt ook een belangrijke heipaal van ons huis, daar gaan we eens flink over nadenken.” Hoewel hoogst serieus gebracht was er tevens een licht anarchistische ondertoon hoorbaar, met een vleugje oproer, vanuit de gedachte ‘er zijn regels en daar houd je je aan, maar regels zijn geen wetten, en zeker geen wetten van Mozes’.
“Voor nu, even samenvattend: er zijn miezerige kleinkarierte personen die met hun honger naar macht en hun antisociale houding richting de maatschappij hun uiterste best doen om de rest van het land het leven zo beroerd mogelijk te maken. Het enige doel dat je onmiddellijk kunt herkennen is de sfeer binnen de bevolking te verzieken, mensen bang maken, kleine dingetjes beloven die ze vervolgens niet waarmaken. Ze maken hun vermeende tegenstanders zwart en dat zijn feitelijk de kiezers van de andere partijen, de kiezers die niet op hun kluppie hebben gestemd. Die laatste groep is nog steeds veel groter, en dat zal zo blijven. Waar we van af moeten is dat eeuwige zieken. Punt.”
Ze namen weer een pauze, alles wat was gezegd moest indalen, even pauzeren, moed verzamelen, verder gaan. “Dat alsmaar hameren op dat islamaambeeld is inderdaad heel naar, weerzinwekkend. Terwijl we die mensen hiernaartoe hebben gehaald omdat er onvoldoende arbeiders waren voor het werk dat toen gedaan moest worden.” “Kon worden, toen was de overheersende overtuiging van economen en consultants groei en schaalvergroting. Daar werd het dreigement tegenover gezet: op geen-groei volgt de dood of je wordt opgevreten door de concurrent. En omdat groter groeien de heilige graal van de economie was, làng geleden maar de graal bestaat nog steeds; voor die groei had de economie meer arbeiders nodig, en die werden van ver gehaald. Goedkope arbeid was toen nog geen centraal element in de discussie, nu is het een splijtzwam, althans dat hopen we. Laat ze mekaar maar in de haren vliegen, de neokapitalisten die hoog gekwalificeerde arbeiders nodig hebben en de rechtsextremen die hakken op de minimumleiders. Opvallend genoeg heeft het nog niet tot een splijting geleid. Beetje gemor van de techbedrijven, beetje gemor in de kassen, maar wat niet is kan nog komen. Goedkope en als het even kan illegale arbeid is wèl een thema tussen uitbuitende werkgevers die van de onderkant van deze troebele arbeidsmarkt gebruik maken, en de mensen in het land die fatsoen en netjes met elkaar omgaan hoog in het vaandel hebben staan. Dàt is een reële discussie, die moet gevoerd worden en dat is een heel ander verhaal dan ‘ze moeten allemaal het land uit’, wat de populisten roepen maar in het geheel niet waar kunnen maken, dat gaat hun achterban nog wel merken.”
“Niet naar voren kijken en wensdenken; wat gaan we er tegenover stellen? In de eerste plaats: ze zijn in het land, de meesten met een verblijfsvergunning, zeer velen met een Nederlands paspoort niet te vergeten. De meesten gedragen zich gewoon correct, hebben werk, gaan naar school, ze spreken de Nederlandse taal steeds beter. Allemaal goede zaken. Waar gaat het dan mis? De rabiate extreemislamisten, ja; de lange arm van staatshoofden, niet alleen islamitische, die voorkomt dat reeds gevestigde burgers hier in den lande zich vrijelijk uiten, uit angst voor die lange arm, voor hun familie dáár die even makkelijk wordt afgestraft voor wat jij in het polderland in vrijheid belieft te roepen. De familie daar ziet het ook niet zitten dat jij hier een eigen leven leidt, te groot de risico’s voor hen daar. Hier en daar, ook zo’n tegenstelling die zich niet zo maar laat oplossen. Toch moet op dat vlak wat gebeuren, zo’n 5e colonne werkt bijzonder ontregelend, die moet weg en dat lukt je alleen als je het staatshoofd dáár zo ver krijgt dat hij het gestook in onze democratie staakt. Dat kost ongetwijfeld een paar centen, maar dan heb je je rust om deze groep burgers de principes van een levendige democratie bij te brengen en verder te werken aan een vreedzaam samenleven. Niet van dat benauwde! Niet bij de pakken neerzitten, maar eerst die stokers en de lange arm elimineren, dat is overigens moeilijk genoeg en een zaak van de lange adem, of misschien toch, met de hulp van zekere wonderlijke man van overzee; wie weet! Maar ik zou op eigen kracht varen en dan zijn geduld en volharden geen verkeerde eigenschappen.”
“Wat we wel kunnen en mogen vragen, aan deze groep burgers, is dat ze bereid zijn zich te houden aan de omgangsregels die wij kaaskoppen in de loop der eeuwen zo onder mekaar hebben ontwikkeld, inclusief die zo geroemde tolerantie die nu op de tocht staat of eigenlijk al ten grave is gedragen. Daar komt het ‘leven en laten leven’ adagium van pas, ieder zijn meug, ieder zijn eigen god maar wel met respect voor andere goden en godsdiensten graag. Dat is niet teveel gevraagd, het zal een moeilijke dialoog worden en enige inspanning vragen om oude gevestigde vastgeroeste overtuigingen overboord gegooid te krijgen, bovendien zinken die niet zo maar naar de bodem. De investering voor het plegen van zo’n inspanning zal echter op de lange termijn renderen. Het is een kwestie van achterstallig onderhoud plegen, daar moeten we niet moeilijk over doen, niet roepen ‘dat hebben hullie op hun geweten, laat ze de boel zelf maar opruimen’. Schuldtoewijzing leidt tot niets.”
Weer was er een pauze, er werd gekauwd op hetgeen was gedebiteerd. Ze begrepen dat het benoemen van de verstoringen zorgvuldig moest geschieden. Wèl duidelijk maken dat het anders moet, geen vijanddenken hanteren, wèl de mensen het gevoel geven; ‘samen komen we er uit’. Tolerantie, samenleven met respect voor elkaar, inzetten op het klimaat in ons aller belang, inzetten op minder of geen economische groei bij herverdeling van inkomens en excessieve vermogens; en toen was er nog een lange weg te gaan, ze werden er licht moedeloos van. Ineens; “we gaan op de lijn zitten van een nieuw Utopia, we schetsen een land waarin het goed toeven is, met z’n allen, waar we hartelijk met elkaar omgaan, waar haat en nijd geen voedingsbodem vinden omdat iedereen voldoende heeft om van te leven, goede huisvesting, mooie schone natuur, gezond voedsel, heel goed onderwijs, kansen om je te ontwikkelen zonder de druk van het moeten presteren, je bent tevreden met wat je hebt. We gaan Utopia herschrijven, dan hebben we een vlammend program, nou ja, we hebben een ideaal, daar gaan we dan de verkiezingen mee in!” “Nieuw Utopia!, we hebben ook Nieuw Amsterdam, Nieuwe Pekela, de nieuwe VOC-mentaliteit maar daar doen we niks mee. Nieuw, maakt-niet-uit, als het maar nieuw is!, beloftevol! Ja!, daar gaan we mee scoren, we zetten ons af tegen de monsterlijk rijken die NIETS sociaals in hun donder hebben, die niets hebben met gemeenschap behalve het platneuken van vrouwen die vooral niet meer moeten doen dan baren, of meubelstuk zijn, we zetten ons af tegen de populisten autocraten/dictators in spe die niks sociaals hebben, nooit gehad hebben, het nooit zullen krijgen omdat het niet strookt met hun doel, de alleenheerschappij ten koste van zo ongeveer alles.” “Niet afzetten, je afzetten tegen iets wakkert slechts de polarisatie aan, en dat is precies wat al die stukmakers willen; de mensen ophitsen om een beweging in gang te krijgen en vervolgens groepen tegen elkaar opzetten etc. Dat moeten we niet doen, daar moeten we ons niet voor lenen, we houden ons ver van het frame van wij-zij dat slechts tot bloedneuzen en aangezichtsschendingen leidt, wel gaan we benadrukken waarom de superrijke tech-mannen met hun onmetelijke social-media-macht zo’n de maatschappij en gemeenschap ondermijnende groep zijn, zo klein, zo machtig, zo sterk op vernielen gericht. En verkijk je niet; vernielen loont, oorlog voeren loont. Landen moeten opnieuw worden opgebouwd, oorlogstuig vervangen, infrastructuren hersteld, hele industriesectoren profiteren van stukmaken en dat weten ze heel goed. Dus dat moeten we niet doen, ons ertegen afzetten, want dat levert slechts meer vernielzucht in hun propaganda-uitingen op. En dat werkt slechts ophitsend. In plaats daarvan schetsen we een maatschappij waar het goed toeven is, en de voorwaarden om zo’n leefgemeenschap te realiseren, met de toevoeging ‘dat kost tijd, dat gaat niet van het ene op het andere moment’. Dat gaan we uitwerken!” Het was een idee, op het eerste gezicht een losse flodder van Ander, dat door de rest meteen werd opgepikt en waar iedereen enthousiast van werd. De vlaag van somberheid die zoëven nog over het bootje gleed vervluchtigde, er gloorde hoop aan de einder, maar die was nog niet zichtbaar, daarvoor was het nog te vroeg.
“Maar die klimaatzaken, de waanzinnige hoeveelheden stroom die al die datacentra vreten, die besodemieteraars met hun AI die ons nog meer gaan manipuleren, als we ze niet stoppen, daar wordt echt veel te achteloos over gedacht. Alles onder het mom van werk uit handen nemen, wat op zichzelf al een leugen is, kijk naar de kantoorautomatiseringsslagen die de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden, dat heeft toch helemaal niet tot die voorgespiegelde werk-uit-handen-nemen en kostenbesparingen geleid?; integendeel, controleren wat wie zo produceert en hoeveel tijd dat de een en de ander kost is daarentegen massief gestegen, nog steeds zonder dat de bazen ook maar enig vermoeden hebben hoe het dan met de arbeidsproduktiviteit op de werkvloer werkelijk zit. En nu zal AI ons veel zoekwerk op hetzelfde internet besparen, waardoor menig journalist zijn productie enorm kan opschroeven. Geloof jij het? En vertrouw je dan de output van AI op jouw vraag? Of dubbelcheck je eerst voordat je er iets mee doet? En waar dubbelcheck je dan? Wat veel belangrijker is; onder het mom van de leugen dat ons iets leuks, nuttigs, werk-uit-handen-nemen wordt aangeboden, wordt ons een tool voorgespiegeld, iets aantrekkelijks want oh zo handig, we worden in een waan gebracht die ons, zo lijkt het, eenvoudig in hogere kennissferen brengt. Wat ongetwijfeld zal kloppen als je geestelijk lui bent, maar die AI is ontwikkeld om de geldmachines bij de techreuzen harder te laten draaien, inclusief de propaganda/fake news verspreiding waar de techreuzen en autocraten van profiteren; twee handen op 1 buik, het kan verkeren.
Dan is er nog een aspect dat genoemd moet worden; de informatie die bij de gebruikers van het internet wordt verzameld op individu-niveau, informatie die inmiddels zó veel verder reikt dan de NAW gegevens, je bankrekeningnummers, àlle websites die je hebt bezocht, wáár je op hebt gezocht etc., honderden kenmerken per individu die iets zeggen over die persoon. Wat daar nu bij komt, wat ze al jaren in het geniep doen in eigen testomgevingen en daarbuiten, zie bijvoorbeeld de beïnvloeding van het brexit-referendum, dat was de eerste serieuze test. En omdat de hi-tech boys zo zachtjesaan beetje bij beetje meer vertellen over de geweldige dingen die je straks met AI kunt doen, ze kunnen het moeilijk langer verborgen houden inderdaad, is AI het monster van nú en als het niet wordt gestopt dat van de toekomst. Het gaat de techreuzen om het verzamelen van al die data die alle tezamen genomen iets vertellen over je persoonlijkheid. Dat gaat heel veel verder dan een privacyschending. Er wordt informatie over jou verzameld, over je stemmingen en emoties, drijfveren. Niet alleen over wat je doet maar tegelijk waaròm je iets doet; wat je zegt wordt geanalyseerd op het niveau van woordgebruik, stembuiging, emotie-uitdrukking in taal, idem met betrekking tot gezichtsuitdrukkingen; deze informatie wordt in de loop van jaren verzameld, dus ook hoe je je ontwikkelt, of je meer of minder bent gaan verdienen, of je onderweg in het leven andere doelen hebt gesteld, of je ergens anders bent gaan wonen, studie, sporten, je gezondheid, ontwikkeling in inkomen; àl die informatie wordt op individu-niveau in een persoonlijkheidsprofiel samengeveegd, inclusief jouw eigen ontwikkelingsprofiel, zodat de techreus heel precies weet wie je bent, hoe je tikt, in het leven staat, wat je politieke keuzes zijn, hoe ambitieus je bent, of je introvert of extravert bent, onderzoekend bent, nieuwsgierig of dementerend, want lach niet, dat kunnen ze straks allemaal uit de data destilleren die ze van jou hebben verzameld. Ze weten het eerder als je down the drain gaat dan jijzelf of je huisarts, want zij hebben ALTIJD de actuele stand van jouw zaken. Déze informatie geeft de schurkenbedrijven de perfecte basis voor het manipuleren van jou als individu maar evenzeer van complete bevolkingsgroepen. Microtargeting wordt geagregeerd naar specifieke doelgroepen om kiezersmassa’s één kant op te manipuleren, de kant die voor de autocraten/oligarchen de goede is, de kant waar de onverzadigbare zelfverrijking gedijt en de absolute macht floreert. Dàt is wat ons te wachten staat als we niet ingrijpen. En los van dat we dit helemáál niet willen; je wilt niet weten hoeveel stroom dat gewroet in ieders privéleven kost, en welke graverende invloed het heeft op het klimaat. Geen tech-oligarch die je daar over hoort. Dat móet een onderwerp van debat worden, we verkopen ons met open ogen aan de duivel, zo simpel is het. Maar eerst aan ons nieuwe Utopia werken, dat is veel leuker!”
Er was weer een noot gekraakt en hoewel niet zo’n heerlijke noot als je op de markt bij een notenstalletje al van verre kunt ruiken, was het wel belangrijk dat het was gezegd; de hordes onnozele enthousiastelingen moeten wijzer worden gemaakt alsook mogen de iets kleinere hordes valse profeten, die het gewroet in ieders leven verharmlosen, al dan niet tegen betaling, in de hoek worden gezet. Waar ze thuis horen. Het geänimeerde gesprek maakte dat niemand enige last had van de schaarse luchtige kleding waarin ze waren gehuld, ze hadden het niet koud, ze kregen het niet koud, integendeel; het innerlijke kacheltje brandde dat het een lieve lust was, de warme lucht bleef weldadig om hen heen hangen, de energie stroomde, de dadendrang bleef hoog, het was zo’n zeldzame nacht waarin wondere dingen konden gebeuren.
“Het nieuwe Utopia! Geweldige gedachte. Maar het loont om alvorens ons ideaallandschap te schetsen nog even terug te gaan naar het begin van het meesterwerk van More, waarin en passant overvloedig verslag wordt gedaan van pakweg 20 – 30 jaar oorlog voeren in Europa, in zijn tijd, ruim 500 jaar geleden. In die beschrijvingen, die schijnbaar zo te hooi en te gras worden rondgestrooid, komen de hebzuchtige koningen er bekaaid af. Oorlogen worden zelden gewonnen, ze kosten zo veel geld dat de schatkist er leeg van raakt en de burger draait ervoor op om die schatkist weer gevuld te krijgen. Dan kan je in je onnozelheid nog denken ‘dat is één ongelukkige koning, die had pech’, maar nee, al die koningen die met mekaar knokken lijden massieve verliezen, op het slagveld bij hun manschappen, in de staatshuishouding, en de onderdanen zijn vervolgens het kind van de rekening, door extra belastingheffingen, door dooie mannen die niet naar hun gezinnen of ouders terugkomen. Wat ze bij het volk niet geliefder maakt, maar goed, stroopsmeerders in hun nabije omgeving genoeg, die zorgen er wel voor dat ze van het volksgemor weinig meekrijgen. Minstens zo interessant: More en zijn kompanen, van wie Babellario met ere genoemd dient te worden , kenden hun klassieken, en zo had je in een verder verleden een Romeinse bestuurder en geschiedschrijver en moraalridder avant la lettre, die heel precies de gedragingen van Romeinse consuls en tributen en koningen heeft geboekstaafd, inclusief verwijzingen naar de Griekse geschiedenis van de filosofie en de moeite die het kost om een democratie met fatsoen in de lucht te houden, ook in die tijd was dat geen sinecure. Die oude Romein geeft om te beginnen een bijkans volledig overzicht van de wandaden die een zittende autocraat begaat om zijn positie zeker te stellen, en die wandaden worden even rücksichtslos overgenomen door de strevers die de positie van de autocraat ambiëren. Werkelijk èlke vorm van laaghartig gedrag wordt beschreven, ik hoef ze hier niet te herhalen, we kennen ze alle min of meer wel uit de dagelijkse praktijk, de autocraten/kleptocraten en dictators van vandaag en gisteren en morgen maken er ruimhartig gebruik van.
Deze oude Romein wist waarover hij schreef, hij heeft zijn hele leven in de wereld van het besturen en liegen en bedriegen doorgebracht, hij heeft gezien wat de opbrengsten zijn van kuiperijen en verraad. Het bijzondere nú is dat we met de kennis van toen in ons achterhoofd kunnen vaststellen dat de schurken in Europa en Amerika en all over the world precies die gedragingen van het oude gaius, die in de oudheid met een klaarblijkelijke onvermijdelijkheid genadeloos werden afgestraft, men leze de oude Romein, imiteren. Dàt moet je in gedachten houden als je de huidige tijd, meer specifiek het politiek bedrijven-misdrijven van de autocraten/technocraten, dictators en al die machtshongerigen die zo’n positie nastreven, wilt begrijpen.
Daar komt nog iets bij, en het wordt sinds zo’n 20 jaar weer luider: het nadrukkelijke spreken van het einde der tijden, de wereldondergangsgedachten die links en rechts worden geventileerd. Die komen in de geschiedenis als een golf op en verdwijnen vervolgens als een uitloper op het strand, gevaarloos, de achteloze strandwandelaar heeft er geen weet van. Per saldo zijn er weinig gelovigen die eraan hangen, maar het verontrustende, ook curieuze, is dat nogal wat dictators en autocraten/kleptocraten precies díe vage gedachten omarmen om hun ten diepste destructieve gedrag te legitimeren. Tegen het volk zeggen ze: wij handelen zo (maken stuk, vernietigen) om het tijdstip van verlossing van onze zonden dichterbij te halen. Wij moeten eerst de wereld naar de ondergang leiden, opdat ons verlossing van onze zonden wordt verleend. Wat het volk hóórt, vooral in het verre Amerika waar de evangelicals oppermachtig zijn, is de verlossing; zondig volk wordt verlost van z’n zonden, en zondig zijn we allemaal, ook onze president, en die vergeven we in de hoop dat ook ons onze zonden worden vergeven. Wat ze niet zien of niet willen zien, is het pad dat deze politici/technocraten plaveien naar die zo sehnsüchtig gezochte verlossing, het pad van de destructie. Dat vinden de evangelicals niet interessant, en wie weet komt de verlossing daardoor zelfs sneller naar hen toe, win-win.
Pas als de wereld stuk is, Armageddon or whatever, kunnen we spreken van het einde der tijden. Pas als de wereld ten onder is gegaan worden wij verlost van onze zonden. Dat is overigens een gedachtegang die More en Babellario in hun tijd nóóit ook maar aan het papier hadden kunnen toevertrouwen. Daarvoor waren het echt te fatsoenlijke mensen. Je moet weten; More, en misschien nog wel meer Babellario maar samen zijn ze beslist meer dan de som der delen, waren een meester in de retorica en dialectiek, die ze bovendien uiterst puntig uit hun pen lieten vloeien. Zij waren meesters van de precieze beschrijving en formulering. Naast een grondige kennis van de klassieken hadden zij een scherp oog voor de luimen van de heersers van hun tijd, die overigens zonder scrupules alle streken van hun voorgangers, recent en uit de oudheid, overnamen en zonder succes toepasten. Schijnsuccessen worden nog wel eens gehaald, helaas, want het stookt het vuurtje bij de koning op om opnieuw de oorlog in te trekken. Wat weer een bewijs is voor de speling van het lot, dat zelfs als je gelooft in een systeem dat de kans in een gokspel voorspelt en voor de speler de kans op gewin sterk vergroot, slechts hoogst zelden met dat systeem ook de verhoopte winst wordt geïncasseerd. Het is de tragiek van de heersers en wannabe heersers dat ze zelfs met de middelen van hun voorgangers met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zullen falen in hun opzet. Het is dan ook een bijzonder genoegen om te lezen dat Babellario, gezegend zij zijn naam, haarfijn verklaart waarom heersers en despoten in Utopia geen enkele kans maken daar voet aan de grond te krijgen. En dat, lieve mensen, moeten we overnemen, gewoon uit dat prachtboek copiëren, dan hebben we de eerste grondslag voor ons Nieuwe Utopia, want geen dictator zal zijn doel halen, als wij ons program klaar hebben.
Dus als we even recapituleren: de zucht naar macht is van alle tijden. Dat die zucht slachtoffers vergt is ook van alle tijden. Dat de arme sloebers de klappen krijgen is ook van alle tijden. Wellicht kunnen we spreken van een universele wet, die in gang wordt gezet en ten uitvoer wordt gebracht door een algemeen geldende menselijke trek, ik persoonlijk denk dat maar dat doet er verder niet toe. En gelukkig hebben de meeste mensen deze trek niet in dominante vorm.
Beperken we ons tot de feiten; de feiten beloven ons als we onze blik op de toekomst richten niets goeds. We moeten immer in gedachten houden: het gaat dictators om de absolute macht, om het behoud van de macht, en als het even kan om uitbreiding van de macht; en dat is in het huidige tijdsgewricht niet over het hoofd te zien. De technocraten gaat het louter om de absolute economische macht, maar inmiddels beginnen we hybride strevingen waar te nemen, zie de ontwikkelingen in het verre Amerika. Autocraten/dictators/technocraten in spe doen, wederom in dít tijdsgewricht, op hun beurt precies wat hun voorbeelden succesvol heeft gemaakt, en die successen kan je niet wegwuiven. Ze vertonen hetzelfde gedrag, het zijn copycats met de tong uit de bek zonder ruggegraat maar wel veelal met een goed verstand, helaas.
Het welzijn en welbevinden van de bevolking interesseert hen geen zier. Die desinteresse wordt zeker gestimuleerd, vooral daar overzee, door idiologen die met kennis van hùn geschiedenis, of het zit ze gewoon in de genen wie zal het zeggen, de hardheid waarmee het Amerikaanse land werd veroverd, geroofd zeggen sommigen, go west young man, paren aan een navïeve goedgelovigheid doorspekt met een onuitroeibaar zondebesef. Waarbij we terug zijn bij ons kleine kikkerland, als het over zonden gaat kunnen wij er ook wat van. Halleluja!” “Dit moest even gezegd”, nam Een het stokje van Ander over, “voordat we onze roze wolk gaan schilderen. De mens is van nature slecht en tegelijk vervuld van een onweerstaanbaar verlangen naar het goede, want wie goed doet goed ontmoet, uhh, hmrm, haha!, het moet wel een beetje lollig blijven, het leven is een pijp kaneel en zo … Dan gaan we nu op pad naar het Nieuwe Utopia!”
Hoewel van een grote zwartheid, het zoëven geschetste beeld van de machtshongerigen is echt geen fraai plaatje, was de stemming goed gebleven, de energie was ongeblust, de wil om met een positief perspectief straks van de boot te stappen ongebroken. Ja, wat die kerels allemaal uitspoken is verschrikkelijk en ja als je je erin verdiept word je heel verdrietig en razend bovendien; en nee het heeft geen enkele zin je erin te verdiepen, je fantasie schiet sowieso te kort en waarom zou je je goede humeur laten vergallen? Dat hadden ze alle drie door, daarbij geholpen door hun van nature opgewekt gemoed. Maar je moet het gezien hebben om het te weten, zoals een groot filosoof uit het volk het ooit eens verwoordde, en de interviewer stond destijds in stille aanbidding bij het aanhoren van deze wijsheid. Ze gingen staan, rekten zich uit, gingen op hun rug op het dek liggen om de sterrenhemel te aanschouwen, het dek voelde nog warm, hun lichaam was warm, het ontspannen van de spieren ging daardoor makkelijker, ze voelden zich kortom volkomen senang. Na enige tijd zo de sterren te hebben bestudeerd kwam de geest weer over hen, ze stonden op, rekten zich, gingen weer op de houten stugge bankjes in de kuip zitten en hernamen het gesprek over het nieuwe Utopia. Het moest klaar zijn voor de hanen gingen kraaien.
“Utopia! Ach Utopia, waren de mensen maar zo wijs daarnaar te leven. In Amerika kan je als je hard werkt en geluk hebt veel geld verdienen, maar er is geen quality of life, zoals een Griek in New York mij eens zei, en hij keek er sjagrijnig en verbitterd bij. Als je in Griekenland bent geweest begrijp je wat de man bedoelde te zeggen; zo veel geef je op om elders een beetje geld te verdienen, zoals in zijn geval. Dan het eiland van de grote beloften! Daar hoeft niemand vanaf want het leven is er gewoon goed, daar wil niemand heen, ze hebben daar immers geen geld dus dat valt niet te stelen en vooral kan je er niet veel geld verdienen want ze hebben daar geen geld, en er is geen privé bezit want alles is van iedereen. De economie hebben ze ongelofelijk gehaaid in elkaar gestoken. Het gaat daar helemaal niet om meer en groter, de grondregel is; hebben we genoeg voorraden om een eventuele slechte oogst in de toekomst op te vangen?, zodat de mensen niet hoeven te hongeren, of anders maar een klein beetje als het weer echt vreselijk blijft tegenzitten. Ze hebben geen voorraden van goederen en instrumenten, iedereen heeft de gereedschappen die hij nodig heeft om zijn vak uit te oefenen, waarom meer instrumenten maken dan noodzakelijk? Dat was natuurlijk wel in de tijd dat een klopboor nog niet bestond, laat staan een vlakschuurmachine of een ander teringherrie makend apparaat waarmee hele buurten in de weekenden en lange zomeravonden worden geterroriseerd. En als iemand hulp nodig heeft omdat hij iets moet repareren maar daartoe de vakkennis en ervaring mist, wel dan wordt hij geholpen door de vakman, volgens het principe dienst – wederdienst en daar is iedereen volkomen tevreden mee. Zo worden ook huizen door een collectief gebouwd, iedereen helpt elkaar en er zijn geen scheve gezichten, de afgunst krijgt geen kans want alle huizen zijn aan elkaar gelijk. De boeren houden een voorraad graan en zaden aan, genoeg zaden om in het nieuwe seizoen opnieuw te kunnen inzaaien maar niet meer, waarom zou je, dan ga je speculeren en daar wordt niemand gelukkig van. Werkweken zijn voor de werkers, en dat zijn in de regel de mannen, qua urenbelasting gematigd, waarom meer uren maken dan nodig is om een bepaald soort werk af te ronden, daar heb je alleen jezelf mee. Aan overuren doen ze überhaupt niet. Alleen als in de oogsttijd het graan snel van het land moet springt iedereen bij, want hand- en spandiensten kan iedereen leveren, ook als je geen boer bent.
Het principe genoeg is genoeg biedt ongekende mogelijkheden om het land opnieuw in te richten. Waarom zouden we de petroleumindustrie op de Botlek willen behouden, ten koste van schier onmetelijke kosten? De investeringen zijn volgens de oliebazen mega, waarom ze niet daarin volgen en zeggen ‘dat gaan we niet van jullie vragen’? Want waarom zou je een aperte smeerpoetsindustrie in de lucht houden als er allang technieken zijn om schone energie te maken waarmee je de chemische industrie wel schoon kunt laten produceren? Waar die olieboeren niet aanwillen want dat gaat ten koste van de maximale winsten? Die olieindustrie is een geheel private aangelegenheid, laat ze toch doen wat ze willen. En als ze dan om wat voor reden ook, want het achterste van hun tong zullen ze nooit laten zien dus naar hun beweegredenen hoef je echt niet te rikraaien, besluiten om naar het buitenland te vertrekken, ze dreigen er voortdurend mee, wel, laat ze gaan, zwaai ze uit, moet je eens zien wat een vlakte daar aan onze kostbare Noordzeekust ontstaat om woningen op te bouwen, om mensen het plezier te gunnen van een dagje aan het strand want het is een prachtplek daar en de zee is een van onze grootste assets. Voor bioboerderijen zou het een heel mooie vestigingingsplek zijn, zonder al die vermaledijde verdringing die de omvorming van de landbouw nu verstikt. En je kan op het vrijkomende land wonen èn recreëren langs de stranden en nieuwe duinen combineren, kijk maar in Almere. En apropos woningen; wat dacht je kan je allemaal niet doen met de banken die vrijwillig krimpen tot een grootte die voldoet in een economie die niet meer is gefocused op groei, integendeel uitgaat van het genoeg is genoeg principe? Er hoeven geen te dure kredieten meer aan de man te worden gebracht want waarom zou je een 2e of 3e of 4e auto willen als 1 voldoet? De geldmarkt wordt rustig, wat heel goed is voor de gemoedsrust van de mensen want al die berichten in de krant over de op- en neergaande beurzen, dat interesseert alleen de gokkers onder ons en dat zijn in de regel toch echt de rijkeren. Die berichten zijn we dan kwijt, heel fijn, waarom je druk maken over iets dat jou niets aangaat? Al die kantoren die dan niet meer nodig zijn, die staan dan leeg en kunnen worden omgebouwd tot woningen en studentenhuisvesting.
Een land dat vrijwillig afziet van maximaal profijt, dat zich richt op behoud van het goede, dat zich richt op vreedzaam samenleven binnen de landsgrenzen en daarbuiten met de broeder-EU landen, dat is echt toch het allerbelangrijkste maar we gaan niet roepen wat goed is voor de ander. We zijn niet de hoeder van onze broeders en willen dat niet zijn want daar komt alleen maar ellende van, de recente geschiedenis staat bol van overigens vooral winstgedreven scrupuleloze interventies buiten de eigen landsgrenzen, ergo bemoei je met je eigen, zo dat moest er even uit we beginnen opnieuw.” Een haalde diep adem, ze beklopte met haar handen zachtjes haar wangen, keek de anderen met schitterende ogen aan, haar ogen twee vuurkooltjes in de nacht. “Dat afzien van een maximaal profijt, daar gaat het wel om, want het maakt heel veel los in een maatschappij. We hebben het over de veel te grote banken gehad, over de strikt genomen voor een voldoende welvaart onnodige petro-industrie, dat is allang onderzocht, over de potentie van groene stroom waarvan de ontwikkeling stagneert omdat de belangen van de petro blijkbaar prevaleren, zonder dat iemand daar een sluitend verhaal bij heeft. Iegenlijk zien we alleen maar tegenstrevende belangenbehartigers die elkaar dwars zitten want eigen belang eerst. Wat een vertoning!”
“Dat sluitende verhaal is er niet, omdat de geldzucht onder de have’s gewoon te groot is. Ze vinden het best dat iedereen voor zijn eigen belang opkomt. Dàt moeten we aankaarten, dat moet in het program komen te staan, daar komen we niet onder uit, we moeten uitleggen hoe het precies werkt, de feiten spreken voor zich.” Ander had het stokje overgenomen van Een, er kwam even rust in de kuip, even tijd voor bezinning. “Afzien van de gedachte dat alleen groei de welvaart in de lucht houdt, welvaart voor wie? Niet voor de 90% have not’s want die betalen alleen maar meer belasting als het aan de huidige regering ligt, want ze hebben natuurlijk niet helemáál niks, er valt altijd nog wel iets bij hen te halen. We moeten af van het idee dat alleen winstmaximalisatie goed is voor het land en voor de maatschappij. Dat is gewoon niet zo. Bij wie vallen de revenuen van de gemaximaliseerde winsten in de schoot? Wie het weet mag het zeggen, in ieder geval niet bij Otto Normalbürger. Zowel het schijnargument van een noodzakelijke groei als het neokapitalistische idee dat alleen winstmaximalisatie goed is, nogmaals, voor wie?; ze blokkeren het gesprek over wat nodig is om een gezonde evenwichtige samenleving te laten draaien, een samenleving waarin het goed toeven is. Want dáár gaat het om, je wilt op een prettige manier met elkaar omgaan, voor elkaar zorgen zonder dat meteen alles in een collectief wordt gegooid want individualisten zijn we echt wel. We kunnen zonder aarzelen zeggen dat de aarde op een kantelmoment staat, slaat ie door naar ongecontroleerde opwarming dan kunnen de aardbewoners zich opmaken voor een zeer hete toekomst waarin het ieder voor zich en god niet voor ons allen is, met alle internationale conflicten die daarbij komen; kantelt de aarde de andere kant op, met geen garantie dat we de opwarming in de grip hebben maar het alternatief is des te gruwelijker dus we moeten iets doen, dan kunnen we in ieder geval proberen er met z’n allen iets van te maken, en dat lukt alleen als er het perspectief is van een leefbare en prettige wereld waarin iedereen grosso modo gelijke kansen op geluk heeft. En geluk hangt niet af van een dikke portemonnaie, dat weet elke gek. En geluk vind je ook niet in de ruimte, zoals sommige extreem rijken lijken te denken.”
“Er is nog een ding”, hernam Een, “die dikke portemonnaies die zo ontevreden zijn met wat er in het land gebeurt, die minachtend spreken over mensen die niet willen werken, die vinden dat het minimumloon te hoog is, die nog veel meer vinden, wat ze gelukkig vooral onder elkaar ventileren; die borrelpraat vindt helaas een te gewillig oor in de politiek, en de serieuze pers kan er ook wat van als ze menen het principe van hoor en wederhoor te moeten toepassen op plaatsen waar het werkelijk nergens op slaat. Deze groep mensen, die ongelofelijk veel schade aanricht in het publieke debat over hoe we onze toekomst het beste vorm kunnen geven, ze gaan louter van het eigen belang uit en interesseren zich geen reet voor het collectief welbevinden van de bevolking; wat vinden jullie van de gedachte om die mensen op te roepen fijn naar het buitenland te gaan waar alles veel beter is, het weer is er veel beter, het fiscaal klimaat is veelal veelveel beter, ze zijn er meer onder elkaar, heel fijn, daar zouden ze toch moeten zijn? Daar waar ze niet gestoord worden door hun onwelgevallige discussies en integendeel met open armen worden ontvangen want ze hebben geld te spenderen en kunnen het onder mekaar breed laten hangen. Dat zou, als we in staat waren ze tot een dergelijke stap te motiveren, héél veel opleveren; minder mensen in ons kleine land en daardoor meer leefruimte voor wie achterblijven, minder storend hoorbaar gemopper, minder mensen die met het breed geëtaleerde patsergedrag de have not’s de ogen uitsteken en jaloers maken, meer huizen die vrijkomen voor de grote groep woningzoekenden. Wat dacht je daarvan? Win-win in optima forma, dat móet de have’s aanspreken! Het is in hun belang en wie zijn wij om hen te belemmeren bij het nastreven van hun belangen? Maar persoonlijk denk ik dat de winst voor de samenleving het grootst is. Weg met de groei en de winstmaximalisatie, leve de samenleving waarin het prettig wonen en voor elkaar zorgen en ontspannen is, leve de plek waar het geluk een te bereiken doel voor iedereen is!” Een was weer buiten adem, maar Ander zat in dezelfde flow en “wat ook interessant is; als we afzien van de groei etc. zijn we ineens niet meer interessant voor het buitenlandse kapitaal, om te investeren, want waar geen groei is hoef je al helemaal geen winst meer te verwachten, althans in termen van de maximaalkapitalisten. Dus die blijven weg, en voor je het weet blijven ook de toeristen weg, want wat heb je te zoeken in een land waar de kapitalistische vlag niet langer wappert? En dat zou een onverwacht positief effect hebben op de bezettingsgraad van de hotels, waardoor hotels vrijkomen om onderdak te gaan bieden aan jongere huizenzoekers en studenten, en wat het laatste betreft ook aan buitenlandse studenten die hier hun opleiding volgen. We weten allemaal, nou ja niet allemaal er zijn gele kuiven en een enkele domme doos die onderwijs geen zak interesseert. Dat goed onderwijs de basis is voor een kenniseconomie die op zijn beurt weer een goede basis is voor een gezonde maatschappij, dat interesseert ze geen bal, onze huidige overheid. Daarin investeren loont op termijn maar ook meteen al, dat is zo, alleen willen de have’s daar geen energie en vooral geen geld instoppen, dat moet de overheid maar doen. Dan zeggen wij; dat is goed, doen we, gaat u vooral naar elders, dan betaalt u ook niet mee aan dat vermaledijde onderwijs klaar is kees. Win-win, u investeert niet, zit lekker in het buitenland en wij hebben goed onderwijs dat we ook nog eens exporteren door buitenlandse studenten de gelegenheid te geven hier te studeren, wat weer goed is voor ons imago. De hotels die vrijkomen door de afnemende stroom toeristen helpen daar enorm bij. En we kunnen weer beginnen tolerant naar elkaar te zijn. Minder druk op vele ketels, meer ontstanning, meer ruimte voor de ander en voor wat de ander beweegt.” Ander keek licht triomfantelijk de kring rond, kleine kring maar ze luisterden aandachtig. Ze begonnen het ingespannen nadenken nu toch wel te voelen, er was de behoefte om af te sluiten en de nacht de nacht te laten. Morgen was er immers weer een dag, wat heet, de dag brak aan, een rozig rood verscheen in het noordoosten, de schemering naderde op kousevoeten.
“Lieve mensen”, begon Heiko alsof hij een hele menigte toesprak, “we hebben hier met z’n drieën puik werk afgeleverd. Vanuit de grondregel ‘wat heb je nodig voor een goed leven’, gaan we een beweging in gang zetten die het totaal vastgelopen politieke spel in Den Haag zal opschudden en veranderen. Genoeg is genoeg; leven en laten leven; geen winstmaximalisatie meer; de machtswellustelingen intomen; iedereen heeft het recht zijn eigen geluk na te streven. Over het laatste zou ik tenslotte nog iets willen zeggen. In de tijd van More, van wie wij vannacht zo veel goede ideeën hebben geleend, leefde een humanist tevens goede vriend van hem, Erasmus van Rotterdam. Deze gelovige man had een ongekend scherp oog voor wat er in zijn tijd allemaal gebeurde. Naast de overdaad aan oorlogen was er de beweging tegen de moreel allang ontspoorde roomse kerk opgekomen, die later met het begrip reformatie in verschillende gedaanten zijn beslag zou krijgen. Erasmus zat middenin de polemiek die door vooral Luther en Calvijn in gang was gezet, en die veel weerklank bij de oprecht gelovigen vond, en verzet bij de kerkvorsten en prelaten en bisschoppen en wie het kerkelijk allemaal hoog in de bol hadden.
Als je weet dat Erasmus de zoon van een priester was en zelf, doordat hij met zijn zeer goede verstand was opgevallen bij de leraren die toen binnen de muren van de katholieke conventen les gaven; onderwijs dat vooral bedoeld was voor het opkweken van nieuw kader voor de kerk;
- dat hij zich, door alle kansen die hij op het gebied van onderwijs en studie had gekregen, min of meer verplicht voelde om aan het dringende verzoek van de clerus om geheel langs de lijn van de verwachtingen een carrière in de katholieke kerk aan te vangen door zelf ook priester te worden;
- als je weet dat hij niet alleen in het latijn maar ook in het grieks werd geschoold, wat in die tijd een grote zeldzaamheid was, het grieks en de Griekse geschiedenis en cultuur en filosofie waren binnen de kerk tot die tijd bewust buiten de deur gehouden;
- als je weet dat hij voor zijn 20-e al traktaten had geschreven over de moraal van de goede soldaat en over de moraal van de luie kerkelijke gezagsdragers die niets moesten hebben van de Griekse filosofie en taal- en letterkunde die toen wetenschappen werden genoemd, dat gaf immers maar stof tot discussie over de grondvesten van de kerk en daar zaten de paus en de bisschoppen niet op te wachten;
- dat hij zich als jongeling verdiept had in de griekse en romeinse poëzie en zelf pogingen had ondernomen om gedichten te schrijven, maar die poëtische ader snel sloot omdat het binnen de kerk niet werd gewaardeerd als je belangstelling voor dichters toonde;
- dan krijg je een vermoeden van de mens en priester Erasmus, een heldere kop die zich door zeer knap en geraffineerd manoeuvreren wist te onttrekken aan de kerkelijke machinaties en verplichtingen, waardoor hij zijn handen vrij hield en deel kon nemen aan de publieke debat; als quasi burger kon hij zich vrijelijk in het debat over moraal en kerk en staat mengen. Het was een staaltje van hoge diplomatie die hij richting de kerkvaders met succes praktizeerde en die hem in de rol van diplomaat in dienst van Karel V goed van pas kwam.
Erasmus heeft vervolgens naast een goed leven, waar hij beslist niet afkerig van was, zo ongeveer in zijn eentje de grondslagen van het moderne humanisme gelegd. Het bijzondere aan de man is dat hij bovendien bijzonder geestig was, wat hij bewees met zijn Lof der Zotheid, een werkje dat nog heden ten dage wordt gelezen en dat ik iedereen van harte kan aanbevelen.
Erasmus en More waren in hun tijd de mannen met de rechte rug als het over moreel consequent handelen en zich publiekelijk laten horen gaat, een kwaliteit die je nu met een lantaarntje mag gaan zoeken, het zal je niet meevallen.
Omdat Erasmus zo’n ongelofelijk scherp verstand had en een grote kennis bezat van de Griekse en Romeinse letteren en filosofie, maar vooral de Griekse en dat was toen als gezegd vrij uitzonderlijk, kon hij putten uit de bron van de Griekse filosofen, en daar vond hij veel kennis en wijsheid omtrent het menselijk gedrag alsook over het moreel handelen in bepaalde situaties, kennis die de kerk zorgvuldig buiten de deur hield, het zou de simpele gelovige maar in verwarring brengen en het zou een te grote mentale belasting zijn voor de luie kerkelijke dienaren, die zaten daar niet op te wachten. Als je daar nog toevoegt dat hij èn een uitgesproken mening had èn wanneer hij daarop werd aangevallen zo knap riposteerde dat de aanvaller het verdere aanvallen maar achterwege liet; als je weet dat hij met de halve wereld die er toen toe deed correspondeerde; dan weet je: dat was een man met een ongelofelijke werklust en een groot verstand; het was een harde werker die niettemin, en dat is het bijzondere aan hem, wist dat je naast hard werken ook nog van het leven mocht genieten. En daar wil ik nog wat van zeggen, ik denk dat het belangrijk is, omdat het een perspectief biedt aan de calivinistische schuldbeladen Hollander, en overigens aan alle mensen op de wereld die weten dat er iets moet veranderen, maar niet weten hoe; de mens màg in het hier en nu genieten en er aktief aan werken om genot te ervaren, daar hoeft hij zich niet schuldig over te voelen. Deze gedachte gaat natuurlijk geheel in tegen de overtuiging dat de ware calvinist de zware lasten van het leven lijdzaam moet dragen.
De klassieke humanist Erasmus greep terug op de voornamelijk Griekse oudheid als cultuur- en vormingsideaal, hij formuleerde een levensbeschouwing die zich niet beroept op een goddelijke openbaring maar die vertrouwt op het vermogen van de mens om zelf zijn leven zin te geven, zich baserend op universele waarden zoals
- Menselijke waardigheid
- Mondigheid
- Vrijheid
- Tolerantie
- Verantwoordelijkheid
- Gerechtigheid, rechtvaardigheid, billijkheid en eerlijkheid
En met deze trits aan begrippen hebben we meteen een kerk die niet in het midden van het dorp staat want je kan er heel wat kanten mee op, ze zijn buigzaam, en dat laten we hier even voor wat het is, tenslotte is het hele leven buigzaam, zo ook morele waarden. Het gaat tenslotte om richtinggeving, om richtsnoeren die je door het leven voeren. Sta je bedrukt in het leven of ben je eerder een nieuwsgierige aag die frank en vrij zijn neus achterna gaat? De manier waarop Erasmus invulling gaf aan het morele recht om te mogen genieten in het hier en nu in plaats van te wachten op wat Petrus bij de hemelpoort gaat zeggen, na een leven van zwoegen en zuchten, heeft hij dus op magnifieke wijze verwoord in zijn Lof der Zotheid, dat overigens een bijzonder serieuze ondertoon heeft, maar de humor overheerst gelukkig.
Het komt erop neer, wat Erasmus zegt; de mens heeft het recht om zijn eigen geluk na te streven, van gelukkige momenten te genieten, hij heeft recht op een goed leven. En wat is er belangrijker in het leven dan dat? En daar gaan we samen met de constructie van het Nieuwe Utopia ons verhaal van maken. En het mag, dit terzijde, gezegd dat de ware humanist uit ander hout is gesneden dan de ultrakapitalist die we dan ook moeten bestrijden, of beter in zijn vet gaan laten gaarkoken. Zo gaan we het doen!” Heiko keek de beide meiden licht hologig aan, de intense moeheid die plotseling over hem heen tuimelde was ‘m aan te zien, en de meiden waren niet minder uitgeput. Het was een lange nacht geweest, het was tijd om op te breken. “Ja, gaan we doen, maar nu zijn we een beetje moe, het bedje lonkt, ‘we moeten op huus aan, het is mellekerstijd’ zoals een goede vriend eens riep, waarna hij ‘m smeerde.” Zo werd de dag die voor hen gezamenlijk aanving met het losgooien van de trossen om vervolgens genoegelijk een beetje heen en weer te zeilen over een prachtige groen omzoomde plas, met een natje en een droogje erbij, naar een verrassend einde gebracht; ze rolden de fok in, bonden het grootzeil op de giek, de eindjes van de landvasten werden opgeschoten, Heiko zag daaraan dat de meiden dat geroutineerd en netjes deden, ze waren gewoon goeie zeilers, grappig om dat eerst nu te ontdekken. “Hebben we alles?, hebben jullie je spullen?, picnickmand heb ik, handdoek.” “We hebben alles, we gaan zoals we gekomen zijn, geheel onszelf, en by the way, we beginnen nu wel baaie honger te krijgen, nietwaar zusje?” Een was al op de stijger gesprongen en nam de mand en handdoek van Heiko aan, die nog eenmaal zijn blik over de boot liet zweven. Ja, zij lag er goed bij. “We kunnen, als jullie dat willen, bij mij thuis een paar eieren met spek bakken, ik heb alle spullen in huis.” Dat werd door de meiden met grote instemming ontvangen, “prima idee, gaan we doen. Dan kunnen we meteen je kookkunsten testen. Als je ook daar voor slaagt, nou … dan verdien je ons aller achting Heiko!” Ze waren inmiddels van boord. Een liep parmantig voorop, draaide zich half om, “ben ik nog steeds de bob Heiko, zal ik rijden?, je bent beslist door alle discussies al flink ontnuchterd haha.” Maar Heiko was genereus en hoewel in eerste instantie Ander de bob was gaf hij haar de sleutel van de auto. Al het ingespannen praten en nadenken had hen geheel ontnuchterd, het maakte niet uit wie als bob achter het stuur kroop. Terwijl ze van de vlonders de vaste wal opstapten zagen ze plotseling voor zich achter het hek richting de parkeerplaats een mensenmenigte staan, nou ja, een mannetje of 50 of 100 waren het zeker, die, toen ze zagen dat ze gespot waren, riepen, “richtmicrofoon!” Ze hadden godbetere allemaal oortjes in. “We hebben jullie hele discussie gevolgd en we zijn het helemaal eens! En onder mekaar zijn we het ook eens; we gaan jullie helpen. Wij vinden ook dat er wat moet gebeuren!, en al zijn we het niet met alles wat jullie roepen eens, we vinden dus wel dat er iets moet gebeuren. Deze politiek moet gestopt worden! Dat is duidelijk en jullie geven de goede voorzet! We hebben in het dorp een gespreksgroep en het verdriet ons al lang hoeveel aandacht en inmiddels ook stemmen die vetkuif krijgt, alleen maar omdat hij de onderbuik van het gemene volk kietelt, althans dat probeert ie en helaas, het moet gezegd, dat lukt ‘m aardig. Het was beter geweest als ie zichzelf meer had gekieteld, maar ja, dat heb je niet in de hand!, je moet er open voor staan. En dat doet ie kennelijk niet, hij kent geen eigenliefde. Dat is natuurlijk treurig voor de man, maar moet je dan vervolgens omdàt je niet in staat bent van jezelf te houden de rest van de wereld mee het verderf in storten? Dat is toch absurd! En het akelige is; er zijn meer vetkuiven op de wereld die last hebben van hetzelfde en die hetzelfde nastreven. De grootste kunnen we niet stoppen, niet van hier, voorlopig. Maar terugkomend op jullie initiatief, als jullie het tenminste menen, wij zijn het helemaal eens! Eerst de kleine kuif en voor je het weet kan de grote kuif zich grote zorgen gaan maken. Van onderop moeten we beweging gaan maken, van bovenaf van de gevestigde politiek hoef je niets te verwachten, vergeet ze, die komen niet uit hun oude groef. Dus als jullie hulp willen, zeg het maar, we maken tijd vrij en gaan onze vrienden en familie en netwerken mobiliseren, alles voor de goede zaak!” Veel herhalingen in de bewoordingen, de tijd in de nakende dag zal ermee te maken hebben gahad. Opmerkelijk; ook bij deze groep burgers waren er die de beginselen van Erasmus kenden! Dat geeft hoop, dat er in deze duistere tijden nog mensen zijn die het klassieke humanisme een warm hart toedragen.
Daar stonden ze tezamen, de menigte achter het hek, de drie musketiers voor het hek, ze keken naar elkaar, in verwarring, opgewonden, en begonnen met z’n allen vreselijk te lachen. De moeheid bij de musketiers loste op, er werden scherpzinnigheden en grappen met de groep aan de andere kant van het hek uitgewisseld, maar de honger bleef. Heiko gaf snel zijn telefoonnummer en email aan de spokesman van de groep goedwillende burgers, waarna ze rap naar de auto liepen en Een behendig de weg naar de eieren met spek insloeg. Het was bijzonder stil op de weg, de zon was nog niet boven de einder, ze konden de geur van het gebakken spek al ruiken. Godallemachtig!, wat hadden ze een honger.