Er zijn een paar zaken, die moeten we tegenspreken. Die moeten we tegenspreken tot behoud van een hygiënische dialoog, het voeren van een heldere discussie, ter voorkoming dat ons knollen voor citroenen worden verkocht.
Zo is er een leider van zekere partij die meent dat we een extraparlementair kabinet moeten krijgen. Zijn argument: de nieuwe kabinetsleden moeten van buiten komen. Zijn onuitgesproken stellingname: ik wil geen politici-carriërejagers, vooral geen ambtenaren-carriëremakers als minister. Dat is zijn queeste.
Dan is er een informatieproces dat heeft opgeleverd: een akkoord bestaande uit 26 kantjes wensdenken, voor ieder wat wils. Is dat een regeerakkoord? Nou nee, het is een verzameling wensenlijstjes, een grabbelton.
Waren de 4 fracties bij de samenstelling van het akkoord betrokken? Nee; 1 partij heeft 1 lid, die bepaalt alles in z’n eentje, zegt ie zelf. De andere partijleiders zullen hun fracties tussentijds hebben bijgepraat, vast. Die interne overleggen hebben kennelijk die wensenlijstjes opgeleverd. Zijn nu alle betrokken fractieleden blij met die wensenlijstjes? Wie het weet mag het zeggen, het resultaat blijft een grabbelton met geen garantie wie waar wat gaat grabbelen.
Dan waren er twee opmerkelijke momenten:
- Er wordt op een avond een akkoord voorgelegd aan de formerende partijen (wat voor akkoord? Een regeerakkoord?). Dat akkoord, whatever the name, wordt door alle 4 de fracties, diezelfde avond nog, unaniem aangenomen, teken van daadkracht, teken van onvervalste fractiediscipline.
Hoe kan dat? Hoe zit dat? Wat voor akkoord is er nu gesloten? Als alle fracties zich unaniem achter dat akkoord scharen, dan committeer je je als fractie toch aan dat akkoord? Dat zou je denken, maar buiten de leiders is er niemand die dat hardop zegt; het blijft een tasten in diepe duisternis. - Dan hadden we nog een premier in spe die door lamlendigheid en greed en leugenachtigheid in spe blijft. De grote roerganger huilt tranen met tuiten, de rest heeft een veto geëist bij elke door de grote roerganger voor te dragen nieuwe premierskandidaat, wel bijzonder en het getuigt van een groot onderling vertrouwen. Of is dat niet nodig, bij een extraparlementair kabinet? En als dat vertrouwen niet nodig is, wat is dan nog de zin van zo’n kabinet? Die grabbelton is toch alleen maar gemaakt om het cliëntelisme welig te laten tieren, het een boost te geven? Misschien is dat de zin van dit kabinet.
Wij spreken tegen.
Het kabinet dat nu in elkaar wordt geflanst, of niet, is geen extraparlementair kabinet. Weliswaar hebben de fracties blijkbaar geen moer te zeggen gehad, en als dan had je ze een beter verstand toegewenst, maar als het om het goedkeuren van die 26 bladzijden gaat, nou, dan is iedereen akkoord, 86 kamerleden zijn unaniem akkoord gegaan. Dat is een fijne meerderheid in de kamer waarvoor menig premier in spe zich in de handen zou wrijven, duimpje omhoog.
Dus: waar hebben we het over? Dit beoogde kabinet is gewoon een meerderheidskabinet. Hou toch op met die flauwekul van extra! Extra wil alleen een leider die helemaal niet wil. Hij wil wel macht, maar geen verantwoordelijkheid.
Laten we het nieuwe kabinet voor alle duidelijkheid een wenskabinet noemen, gesteund en gepropageerd door merendeels overtuigde cliëntelisten. Een landsbestuur voor het bedienen van cliëntengroepen, niet meer.
Het wenskabinet zoals beoogd staat voor wat het volk te wachten staat. Laten we gewoon Tacheles reden.